Zanthoxylum
Geelhoutgeslacht (Rutaceae)
ZANTHOXYLUM
ZANTHOXYLUM-SOORTEN
ZANTHOXYLUM HUMILE
 

ZANTHOXYLUM

Het geslacht Geelhout (Zanthoxylum) omvat 250 soorten bomen, struiken en lianen in de Wijnruitfamilie (Rutaceae), waartoe ook de citrusvruchten behoren

Er is niet zo veel bekend van dit plantengeslacht, dat vooral in Zuid-oost Azië voor komt. In het Nederlands worden ze kiespijnbomen (of -struiken) genoemd, omdat de uitsteeksel op de bast van de stam met kiezen geassocieerd worden. Voor culinair gebruik zijn vooral de sansho (Zanthoxylum piperitum) en de szechuanpeper (Zanthoxylum simulans) van belang, de laatste is algemeen verkrijgbaar. Van beide soorten worden niet alleen de besjes, maar ook de blaadjes gegeten, van de sansho zelfs de jonge scheuten. Veel andere soorten Zanthoxylum zijn vooral geliefd als sierplant of bonsai.

Alle planten in dit geslacht zijn voorzien van doornen, groot en sterk verhout op de stam, venijnig scherp op de takken. Bij veel soorten zijn ook de bladeren en bladstelen van stekels voorzien.

De besjes worden als peper gebruikt in de Chinese keuken (Szechuanpeper) en in de aangrenzende Indomalaya, waar ze overigen ook een eigen 'citruspeper' hebben, de Raye timur (Zanthoxylum armatum), en in Vietnam, dat ook een eigen citruspeper kent, de Zanthoxylum rhetsa, net als Indonesië waar op Sumatra de andaliman griet, Zanthoxylum acanthopodium.

Buiten Azië kent men alleen in Afrika een soortgelijke peper. De bes van de Zanthoxylum gilletii wordt er uzazi genoemd, die van de Xanthoxylum zanthoxyloides igi-ata. Beide zijn ongeveer even scherp als Szechuanpeper, maar gemiddeld iets bitterder, doordat de besjes kleiner zijn waardoor de besjes niet voldoende open gaan dat de zaadjes kunnen vallen. De zaadjes zijn weleens aan de bittere kant. Hoewel uzazi ook professioneel wordt geproduceerd is het geen algemeen gebruikt kruid.

De besjes bevatten een groot aantal vluchtige oliën. Daaronder limoneen, dat voor een citrusaroma zorgt. Limoneen ontbreekt alleen in de Zanthoxylum alatum (die eveneens als specerij wordt gebruikt) en de Zanthoxylum schinifolium en de Zanthoxylum avicennae, die naar anijs ruiken, maar niet als specerij te boek staan. Naast de hier al genoemde soorten worden de Zanthoxylum rhetsa en de Zanthoxylum nitidum als specerij gebruikt, de laatste alleen in Nepal waar hij net als de bast van de timmur ook aan tandpasta wordt toegevoegd.

De scherpte van de besjes wordt veroorzaakt door een aantal meervoudig onverzadigde amiden, waarvan de belangrijkste alpha hidroxy sansool is. Het amide-gehalte kan wel 3% bedragen.

ANDALIMAN

De andaliman of rempah tuba is een specerij uit de Batakkeuken (Sumatra). De besjes zijn klein, en worden met takjes en zaadjes gegeten. Andaliman wordt wel de Batakpeper genoemd.

BERGPEPER

Bergpeper is de peper van de Zanthoxylum rhesta, en heet zo omdat hij in bergachtig gebied groeit, onder andere in het noorden van Vietnam. De pepers worden in het wild geplukt, en van de boom wordt ook de gedroogde bast als specerij gebruikt.

SANSHO

De sansho of Japanse peper (Zanthoxylum piperitum) is een specerij uit de Japanse keuken. Zowel de rijpe als de onrijpe besjes worden als specerij gebruikt, maar ook de jonge scheuten, de bladeren en zelfs de mannelijke bloemen worden gegeten.

SZECHUAN PEPER

De szechuan peper is vernoemd naar de streek waar hij van origine voorkomt. Men eet er de gedroogde besjes en schilletjes van, in een enkel geval gemalen.

RAYE TIMUR

De Nepalese peper timur , timut of trpihal is populair als vervanger van de Chinese szechuanpeper. maar is milder.

IGI-ATA

Deze Afrikaanse peper igi-ata is één van de twee Afrikaanse 'citruspepers'. Net als de andaliman bevatten de gedroogde besjes veel zaden, wat in een licht bittertje resulteert.

UZAZI

Deze eveneens Afrikaanse peper, waarvan de bladeren worden gegeten, wordt regelmatig verward met de uziza, ook een bladgroente. De uzazi is één van de twee Afrikaanse 'citruspepers'.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

Hoewel de planten met eetbare bessen vooral in Azië groeien, komt de Zanthoxylum ook buiten Azië voor, zoals in Australië (Queensland) en West-Afrika.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De geslachtnaam is afgeleid van de Griekse woorden xanthos, dat 'geel' en xylon, dat 'hout' betekent. De reden daarvoor is de gele kleur van het hout en de binnenkant van de dikke bast. In sommige regio's worden de wortels als kleurstof gebruikt.

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

The Indonesian Zanthoxylum | R. Kristanty et al, 2015 8(6) International journal of PharmaTech research pp 313-321, ISSN 0974-4304 Zanthoxylum | Wikipedia (EN/DU) Zanthoxylum (Africa) | Prota4U Zanthoxylum-index, Plant resources of Tropical Africa, Wageningen The Genus Zanthoxylum - A Stockpile of Biological and Ethnomedicinal Properties | K. Medhi e.a. Open access scientific reports http://dx.doi.org/10.4172/scientificreports697