Tot het geslacht behoren zo'n 300 plantensoorten, eenjarige en overblijvende planten. Andoorns groeien in Europa, Azië, Afrika, Australazië en Noord-Amerika.
Van enkele soorten andoorn worden de wortelstokken gegeten, waaronder die van de Japanse andoorn en de moerasandoorn, de bergandoorn (Stachys recta) en de Florida betonie (Stachys floridana). Voor zo ver bekend wordt alleen de Japanse andoorn commercieel geteeld voor consumptie-doeleinden.
In ons land komen enkele soorten andoorn in het wild voor, zoals de al genoemde bergandoorn en de betonie of koortskruid (Stachys officinalis), vanouds een medicinale plant. Beide zijn in ons land bedreigde soorten.
De andoorns hebben alle kenmerken van lipbloemigen: de lipvormige bloemen, vierkante, holle stengels en behaarde stengels en bladeren. De geslachtsnaam Stachys is Grieks en betekent 'aar', duidend op de kaarsvormige bloeiwijze. De bladvorm van andoorns kan sterk verschillen. De rhizomen van de hier genoemde soorten zijn zeer smakelijk en eiwitrijk. De worteltjes van de Japanse andoorn worden qua smaak wel vergeleken met de smaak van artisjokbodem, vandaar de alternatieve benaming Chinese artosjok, die van de Florida betany smaken naar radijs.
Op de site beschrijven we twee soorten andoorn:
De Japanse andoorn (Stachys affinis) is beter bekend onder de benaming Chinese artisjok of de uit het Frans overgenomen naam crosne. Alleen de wortelstok wordt gegeten.
De Moerasandoorn (Stachys palustris) wordt sinds de achttiende eeuw niet meer op commerciële basis verbouwd. Behoudens de wortelstok worden ook de bladeren en zaden gegeten. Van de gedroogde wortelstok wordt ook meel gemalen.