De scharlei is een tweejarige plant die 50 cm tot ruim 1 meter hoog wordt, met vierkante rechtopstaande stengels die sterk behaard zijn. Hij heeft grote bladeren, onderin wel 30 cm, aflopend naar boven tot 15 cm. Ook deze zijn behaard. De plant bloeit pas in het tweede jaar. Hij vormt lipbloemen in sterk vertakte pluimen. De bloemen staan in kransen en zijn licht paars met een witte onderlip. Opvallend zijn de grote roze, wit of lila schutbladen in juli/augustus. De scharlei bloeit in juni en juli en trekt bijen aan.
Scharlei is zeer aromatisch. Volgens sommige bronnen ruiken gekneusde bladeren naar grapefruit. De bladeren worden als kruid gebruikt in vleesgerechten, worst en sauzen.
De bladeren en de bloemen kunnen rauw en gekookt gegeten worden. Een beroemde tioepassing van scharlei is die als kruid in Italiaanse vermouth en likeuren.
Een klassiek 17e eeuws recept is dat waarbij jonge bladeren in een beslagje van bloem, ei en melk gedoopt, in boter werd gebakken en als bijgerecht werd geserveerd. De jonge uitlopers worden gebruikt in omeletten, de liefst jongere bladeren fijngesneden, rauw in salades verwerkt.
Ook de bloemen, uitsluitend de bloemblaadjes, worden in salades verwerkt.
De zaden worden niet gegeten, wel zijn ze buitengewone bron van een bovendien stabiele omega-3.
Uit het hele kruid wordt door destillatie een etherische olie gewonnen. Het gehalte is 0,5%, d.w.z. een opbrengst van 1 kilogram per 200 kilogram vers kruid. Ook van het kleverige zaad wordt olie gewonnen, dat wordt niet voor consumptie-doeleinden gebruikt, maar voor verf en vernis. De olie wordt gebruikt in aromatherapie en als kruid bij de bereiding van alcoholische dranken, vermouth en diverse likeuren, en bier.
In een aantal Europese landen gebruikte men scharlei tot en met de negentiende eeuw heimelijk als vervanger van hop. Dit 'vervalschte bier' bleef niet onopgemerkt, zoals uit een negentiende eeuwse verhandeling blijkt. Daarin wordt beschreven hoe in bieren van onze Oosterburen narcotica zoals Atropa Belladonna, Hyoscyamus niger en Datura starmonium werden aangetroffen. Deze narcotica werden er bewust aan toegevoegd. Het gebeurde ook in België, waar net als in Engeland scharlei werd gebruikt voor het brouwen van zoals men noemde 'koppig bier'. Op de foto één van de tegenwoordig schaarse scharlei-bieren, birra salamannan.
In de Middeleeuwen werd scharlei in de tuinen van keizerlijke landgoederen en kloosters verbouwd. Het is opgenomen in de Capitulare de villis, waarin het 'sciareiam' wordt genoemd. De Capitulare de villis is een verordening uit een reeks capitularie die hij schreef, en die behoort tot de pre-800 capitularies, daterend van rond het jaar 795. Karel de Grote schrijft hierin voor hoe de keizerlijke landgoederen moeten worden ingericht, gebruikt en beheerd.
Scharlei groeit tegenwoordig in Azië in Pakistan, Afghanistan, Iran, Syrië, Libanon, de Kaukasus en Turkije en in Europa in Griekenland, Bulgarije, gedeelten van de Balkan, Duitsland, Italië, Frankrijk, Spanje en Portugal. De plant wordt inmiddels wereldwijd verbouwd, onder andere in Europa en China, en in Noord-Amerika, waar hij invasief is in sommige delen van de Verenigde Staten, onder meer in Washington.
De geslachtsnaam salvia is afkomstig van het Latijnse woord 'salvus', dat 'gered' of 'gezond' betekent .
De Nederlandse benamingen scharlei of klarij zijn net als het Franse sclarée en het Engelse clary ontleend aan het Griekse klêros.