Shea
Zaad (Vitellaria)
SHEA
 
SHEANOOT EN -ZAAD | VITELLARIA PARADOXA
SHEA

SHEA

De sheaboom is een boom uit tropisch Afrika die olierijke zaden produceert waaruit een boterige emusie wordt gemaakt, de shea- of karité-boter.

Het is niet de enige zapoteboom met dergelijke olierijke zaden. In het noorden van Afrika groeit de arganboom (Argania spinosa), waaruit arganolie wordt gewonnen. Beide producten zijn grotendeels bestemd voor de cosmetische industrie, terwijl beide prima eetbaar (kunnen) zijn. Zoals zwarte sheaboter, van geroosterde zaden, welke per definitie culinair gebruikt wordt.

De sheaboom, die ook karitébom of shiboom wordt genoemd, is een 20 meter hoge groenblijvende boom. De botanische naam is Vitalleria paradoxa, het enige lid van het Vitellariageslacht. De boom heeft een zwarte, kurken bast, die bij oudere bomen zo dik is, dat hij de boom beschermt bij brand. De shea is sterk vertakt en heeft een brede en dichte kroon met langwerpige bladeren.

De crèmekleurige bloemen van de shea staan in clusters van 30 tot 40 stuks bijeen op 3 cm lange bladstelen. Hieruit vormen zich de bessen, die onrijp of rijp groen van kleur zijn. De bessen zijn gemiddeld 6,5 cm lang en 4,5 cm breed. Het vruchtvlees van de sheabes is zoet en herbergt een noot waarin zich op zijn beurt een zaad bevindt.

Het vruchtvlees is eetbaar, zowel rauw als gekookt. het wordt gebruikt om sap van te maken. Meestal is het om de zaden te doen, en wordt het vruchtvlees niet gebruikt. De zaden van de sheaboom bevatten 50% hoogwaardig vet.

Pas vanaf het 10e, 15e jaar geeft de boom vruchten, en het duurt een jaar of dertig voor de productie maximaal is. Het rijpen de sheavruchten neemt 4 tot 6 maanden in beslag. De oogstttijd is van juni tot augstus. De boom geeft afhankelijk van zijn leeftijd en de omstandigheden 15 tot 20 kilo vruchten per jaar, en op zijn hoogtepunt 45 kilogram. Een kilogram verse vruchten levert 400 gram zaden.

De noten worden in de zon gedroogd nadat de vrucht verwijderd is en de noten zijn schoongespoeld. Dan worden de noten gekraakt en de zaden geroosterd. Dan kan de bereiding van de olie beginnen waaruit de boter wordt gemaakt.

GEBRUIK

Sheaboter wordt onder meer gebruikt bij de fabricage van bakvet, margarine en cacaoboter.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De sheaboom groeit van origine in de Sub-Sahara op de groene savannes van Ghana en Guinea. De boom groeit in een aangesloten gebied, de shea-gordel genoemd, van Senegal tot Oeganda.

De sheagordel heeft een lengte van 5.000 kilometer en een breedte van 500 kilometer en ligt ten noorden van de regenwoudgrens.

Shea wordt van oudsher gebruikt om mee te koken, de huid te verzorgen en huiden en drums sepel te maken. Het oudste bewijs van de productie van sheaboter dateert uit de 14e eeuw in de vorm van testa, gevonden in het middeleeuwse dorp Saouga. Er zijn sterke aanwijzigen dat de sheaboter in die tijd in West-Afrika werd verhandeld, en niet alleen voor eigen gebruik werd gemaakt.

Veel eerder al, in de 1e eeuw, in het Egypte van Cleopatra werd sheaboter met karavanen naar Egypte gebracht. De boter werd alleen gebruikt voor de persoonlijke verzorging (haar en huid). In graven van vroege koningen is bovendien shea-hout gebruikt.

Voor het buitenland is de shea lange tijd onopgemerkt gebleven. Ibn Battuta was de eerste die de productie van sheaboter beschreef, in de 14e eeuw. Eeuwen later zou de Schot Mungo Park de shea voor Europa ontdekken, bij zijn ontdekkingstocht over de Niger in 1796.

Shea was altijd al een belangrijk gewas op de West-Afrikaanse savanne voor de productie van plantaardige olie. Tot de pinda die positie over nam. Inmiddels is de shea internationaal in de belangstelling en een belangrijk exportproduct geworden, voor veel landen zelfs de belangrijkste valutabron. De oogst en de productie van sheaboter is traditioneel een aangelegenheid van de voruwen, die kleine hoeveelheden kochten en verwerkten om op de lokale markt verhandelen en zo een inkomen te vergaren. Dat gebeurt her en der nog. Bij deze kleinschalige productie voor de eiegen markt zijn veel schijven betrokken, zoals lokale handelaren in zaden en lokale banksystemen (susu).

Daarom heeft UNIFEM (United nations Development Fund of Women) in Burkina Faso shea-groepen van vrouwen gevormd en deze in contact gebracht met belangrijke buitenlandse afnemers van sheaboter. Door het wegvallen van de tussenschakels in de productieketen en de betere prijs van sheaboter op de internationale markt, is de inkomenspositie van vrouwen daardoor sterk verbeterd.

Er bestaan geen shea-plantages, alle shea-bomen groeien in het wild, onder de hoede van lokale gemeenschappen. De boter wordt in 19 Afrikaanse landen gemaakt, waarvan de belangrijkste Ghana, Mali en Burkina Faso zijn. In Ghana zijn 600.000 vrouwen bij de productie betrokken, en is shea het op twee na belangrijkste exportproduct na cacao en koffie. Vaak worden alleen de onbewerkte zaden verscheept, naar Europa, de Verenigde Staten en Japan.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

Shea is een Engelse benaming, afgeleid van de gebruikelijke naam in het Bambara ʃi of sji. In het Wolof, de taal die in Senegal wordt gesproken heet de boom ghariti. Dit is de oorsprong van de veel vaker gebruikte, van origine Franse naam van de boom, karité. In het Haussa heet de boom kade.

VERTALING SHEABOOM

engels
shea tree
frans
karité
italiaans
karité
spaans
karité
duits
karitébaum
arabisch
 
hindi (india)
 
indonesisch
 
vietnamees
 
japans
 
chinees
 
 

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2017

Vitellaria | Wikipedia (EN/DU) naam | K. Neumann e.o. Remains of wooden plants from Saouga, Okt 1997 Vegetation history and archeobotany, Springer, 1998 (7) pp 57-77 JSTOR Testa findings in Saouga | M. v.d. Veen (ed), The Exploitation of Plant Resources in Ancient Africa 1999 Springer, ISBN 978-1-4419-3316-4 Long-distance trade in West-Africa | R. Blench, Archaeology, Language, and the African Past 1999 Springer, ISBN 978-1-4419-3316-4 Capital and Cooperation, susu | B. Chalfin, Shea Butter Republic, 2004 Routledge London ISBN 0-415-94460-0 Vitellaria paradoxa | PGRI Descriptors for shea tree Shea | FAO