Wilde gagel
Myrica gale
Wilde gagel
KRUIDENMENGSELS
NAAKTBLOEIENDE WILDE GAGEL | MYRICA GALE ©2018 FOTO: NATUURTUIN

WILDE GAGEL

De wilde gagel behoort met de Chinese aardbei (yangmei) tot de gagelfamilie (Myricaceae). Als ingrediënt in 'gruit' bekend in de bierbrouwerij.

De wilde gagel is de enige plant uit de gagelfamilie die in Europa voor komt. Hij groeit op voedselarme, vaak zurige grond dankzij de symbiose met een stikstofbindende bacterie, de Frankia. Deze bevindt zich in de knolletjes aan de wortels. Zijn habitat zijn heidevelden, moereassen en moerasbossen, maar ook de duinen, op een zonnige standplaats.

Het is een sterk vertakte, bijna manshoge struik. De bladeren zijn lancetvormig, maar aan het uiteinde afgrond en getand. Aan de onderzijde bevinden zich zogenaamde harspunten, kliertjes die essentiële olie bevatten, waaronder α-pineen en limoneen. Zij verspreiden een sterke lucht en hebben als extra verdedigingsmechanisme een bittere smaak.

De plant is soms tweehuizig, draagt zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen, soms niet (eenhuizig) en kan zelfs van seizoen tot seizoen van geslacht veranderen. Beide groeien als rechtopstaande katjes aan de jonge twijgen, die ophouden met groeien zodra de katjes verschijnen. De vrouwelijke katjes zijn 5-6 cm lang.

De bloemknoppen verschijnen in de nazomer, en komen in het daaropvolgend voorjaar uit, nog voor de nieuwe bladeren verschijnen. De bloeiperiode is in april en mei. De bloeiende katjes zijn rood. Ze hebben geen honingklieren.

De plant vormt afgeplatte, drietoppige steenvruchten. Ze zijn 3 millimeter groot en bevatten één zaad.

VERKRIJGBAARHEID EN AANKOOP

1987 weer toegestaan door het Europees hof.

GEBRUIK

De plant stond ooit te boek als 'toverplant' en werd als medicijn gebruikt. In Zijn 'Cruydeboek' schrijft Rembert Dodoens (Dodonaeus, 1516-1585) over gagel:

(...) Het saedt van gagel is seer wann en droogh van aerdt tot scier in den derden graed De bladeren sijn ook warm en droogh, maer veel minder dan het saedt. De vrucht selve met eenighen drank inghenomen is hoofdigh ende de hersenen schadelijck. Daarom a dien het bier ghesoden oft daennede ghebrouwen word ’t welck op verscheiden plaetsen geschiet, dan is die dranck den hooft seer lastigh, in voegen dat hij het hooft seer ontstelt; end den mensche seer haest donken maeckt (...)

Bier. Dat werd in de Middeleeuwen gemaakt van haver, water, gist en gruit, een kruidenmengsel waarin de wilde gagel een prominente plaats in nam. Soms gebruikte men de bladeren, soms de zaden (of beide). Wilde gagel werd tot de 14e in de bierbrouwerij gebruikt, tot het werd vervangen door hop, dat een veel betere conserverende werking had. Sinds enige tijd staat bier waarin gruit wordt gebruikt enorm in de belangstelling, en zijn verscheidene gruitbieren - met en zonder de gagel - verkrijgbaar.

In Denemarken worden de twijgen van de struik gebruikt bij het bereiden van gageljenever, dat porsesnaps wordt genoemd.

Een bijnaam voor de wilde gagel is mosselkruid, omdat het vroeger gebruikt werd bij het klaarmaken van mosselen. Voor ander culinair gebruik moeten we vooral over de grens zijn, zoals in Schotland waar jonge bladeren bij de bereiding van vis- en kipschotels gebruikt worden.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De wilde gagel komt van origine voor in gebieden langs de kust, van Spanje en Portular tot in ScandinavIië, aan de west- en oostkusten van de Verenigde Staten en Canada en Japan.

Het bestand is in Nederland sterk gegroeid met de ontginning van de veengronden, door menselijk handelen. De afname in de afgelopen decennia wordt eveneens door de mens veroorzaakt, met een belangrijke reden de sterkere afwatering van de veengebieden door de verstedelijking. Zowel in ons land als in België staat de plant op de Rode lijst van bedreigde plantensoorten. In België komt de plant vrijwel uitsluitend nog in de Kempen voor, in Nederland onder meer bij Roermond.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De geslachtsnaam Myrica is afgeleid van het Griekse myrike of myron, wat balsem betekent. De soortnaam gale betekent gal, maar in het Keltisch eveneens balsem. De Kelten maakten inderdaad een balsem van de plant, om pijn aan handen en benen te verlichten. Een andere benaming van de wilde gagel is pos of possem, afgeleid van het oudere burs of bors.

De plant heeft nog veel andere benamingen, naast mosselkruid, omdat het bij de bereiding van mosselen wed gebruikt, vlooien- of luizenkruid, omdat het deze beestjes verjaagt, bessem- of mottenhout, Brabantse peper of Brabantse myrte.

VERTALING WILDE GAGEL

engels
bog myrtle
frans
piment royal
italiaans
 
spaans
mirto de turbera
duits
gagelstrauch
arabisch
 
turks
 
hindi (india)
 
indonesisch
 
vietnamees
 
japans
 
chinees
 
 

BRONVERMELDING UPDATE JANUARI 2018

Wilde gagel - Myrica gale | Wilde planten in Nederland en België Myrica gale | Floron, Verspreidingsatlas vaatplanten Jopen koyt | Jopen bieren Gageleer | Gageleer brouwerij Wilde gagel - Myrica gale | Waarneming.nl Wilde gagel als een zee van rood | Dier en natuur, infoNu Myrica gale | Plants for a future Bog Myrtle from Scotland | Totally Herby of Scotland Gagel (Myrica gale): Oeroud Tilburgs kruid | Tilburgers