Het westers type peen
Daucus carota ssp sativus
HET WESTERS TYPE PEEN
 
bospeen bourough market
BOSPEEN | DAUCUS CAROTA SSP SATIVUS ©2019 FOTO: JEREMY KEITH

HET WESTERS TYPE PEEN

Daucus carota ssp sativus var sativus

Het westers type peen is wereldwijd de meest geteelde peen. Met name de oranje peensoorten. Het is een zeer oude kruising van twee soorten wilde peen, de Oosterse en de Westerse wilde peen.

De westerse wilde peen wordt gekenmerkt door een vertakte en dunne, lichtgekleurde wortel. De oosterse peen wordt gekenmerkt door een niet vertakte wortel en een donkere kleur, het gevolg van een hoog gehalte lypoceen, een pigmenterende caroteen waaruit geen vitamine A wordt gevormd. Door de kruising van deze twee soorten in Klein Azië, vermoedelijk Anatolië is in de 17e eeuw de gecultiveerde peen ontstaan.

Er zijn twee variëteiten, de Daucus carota ssp sativus, de penen die inmiddels overal ter wereld verbouwd worden, inmiddels zelfs in Azië, met witte tot oranje wortels en met scherp ingesneden geel-groene bladeren, en de Daucus carota ssp atrorubens, het meest geteeld in Azië, met veelal donkergjkeleurde wortels (paars) en groene weinig ingesneden bladeren.

De eerste gecultiveerde peen was net als de voorouders ronduit bitter. Geleidelijk aan is de bitterheid volledig weggekweekt, in vrijwel alle cultivars. Dit artikel heeft betrekking op de cultivars van het westerse type, Daucus carota ssp sativus.

De geteelde peen is net als de wilde peen van nature tweejarig, maar niet geheel winterhard. Hij wordt daarom als eenjarige plant geteeld. De teelt is zodanig dat de wortel al snel alle energie steekt in de diktevorming, net als bij de tweejarige plant de secundaire fase van de wortelvorming. Daardoor is de 'pit' die normaliter licht gekleurd is en duidelijk herkenbaar. Dat kleurverschil wordt steeds meer weggeteeld, waardoor het onderscheid tussen de pit en de verdikking vervaagt.

Voor de teelt wordt gebruik gemaakt van aarden ruggen, zoals we kennen van de teelt van asperges en witlof. Voor bospeen en waspeen worden verschillende cultivars gebruikt. Voor bospeen is dat veelal de puntige Amsterdamse bak of Nantes zelden zie je nog de vroegste peen, de van origine bolronde Parijse broei. Winterpenen zijn in de regel van de cultivars Flakkeese, Berlikumer en Nerac.

In Europa wordt de vroege (lente)teelt al na 70-90 dagen geoogst. De zomerpeen wordt na 110-135 dagen geoogst en de late peen na 170-220 dagen. De peen, met een minimum lengte van 10 cm, wordt in ons land gesorteerd in vier klassen:

  • schaaltjespeen, 20 mm ø dik, 50 gram tot 38 mm, minder dan 200 gram per stuk,
  • B-peen, 20 mm - 50 gram tot 42 mm - 250 gram,
  • C-peen, 40 mm - 200 gram tot 60 mm - 400 gram,
  • D-peen, vanaf 60 mm - meer dan 400 gram.

Voor de boer levert de schaaltjespeen het meeste op, de D-peen het minste.

PRAKTISCHE ZAKEN

Aankoop en verkrijgbaarheid

Bos- en waspeen worden altijd gewassen aangevoerd, de waspeen zonder loof.

Peen is met en zonder loof verkrijgbaar. Het loof is een teken van versheid, heeft op zich niets met de type teelt te maken. Het seizoen van peen met loof duurt mei tot november, voor wat betreft bospeen van Nederlandse afkomst. Bospeen is een jonge peen, nog niet afgerijpt. Waspeen is rijper, dus dikker, en het hele jaar door verkrijgbaar. Zonder loof, want wanneer de plant alle aanacht richt op de rijping van de wortel, verwaarloost hij het loof.

Let bij aankoop van peen op de kleur van de kop, deze mag niet groen zijn. Let daarnaast op de stevigheid van de wortels (deze mogen niet slap of indrukbaar zijn) en de kleur van het loof (dat mag niet geel zijn)

Winterpeen is het hele jaar door verkijgbaar, maar daarbij is wat aan de hand. Steeds vaker is winterpeen een uit de kluiten gewassen waspeen, bijvoorbeeld de Texel peen. Dit type 'winterpeen' zie je in de supermarkt in plastic zakken verpakt. Winterpeen wordt van oudsher ongewassen aangevoerd, maar de gewassen winterpeen - niet alleen die in de supermarktverpakking - krijgt tegenwoordig de overhand.

Een groot deel van winterpeen komt uit grote bewaarschuren, waar de peen geconditioneerd wordt opgeslagen, zodat geen vocht aan de peen wordt onttrokken en de schimmel geen kans krijgt. Wanneer de winterpeen onvakkundig wordt opgeslagen, treed de 'bewaarziekte' op. Deze herken je aan de kleine zwarte vlekjes op de wortelen.

Culinair gebruik en bereiding

De bospeen kan rauw gegeten worden en is geschikt voor alle bereidingen. Er wordt ook (wortel)sap van gemaakt. Verwijder het loof, wanneer je de peen wat langer wilt bewaren. Was de peen 'met de klomp', een oude traditie waarbij met de wortel met behulp een klomp in ruim water werden omgeroerd om het zand te verwijderen.

Wanneer de penen zandvrij zijn, wat tegenwoordig meer regel dan uitzondering is, volstaat het de penen goed te wassen, en hoeven ze zelfs niet geschild of gewassen te worden. In plaats van ze te schillen (met een dunschiller) kun je peen ook schrapen. Vroeger deed de groeneboer dat voor je in de winkel. Gewoon even met een klein mesje over het oppervlak 'schrapen', niet snijden. Een kind kan de was doen.

Wanneer je de peen niet schuilt, en bij jonge peen (bospeen) is dat zeker aan te raden, maak je maximaal gebruik van de waardevolle voedingsstoffen in de schil.

Het blad en het zaad worden zelden gegeten, in tegenstelling tot de bladeren van verwante gewassen als koriander, peterselie en selderij.

Bewaren

Zomerpeen is minder houdbaar dan winterpeen. Zeker de jonge bospeen dient binnen enkele dagen gegeten te worden. Een winterpeen is een bewaarbaar-peen. Het geheim achter de goed bewaarbaarheid is de langzame groei. Met andere woorden, hoe sneller de groei, hoe minder goed een peen te bewaren is. Winterpeen wordt - al zou je dat misschien verwachten - al in april/mei gezaaid. Door een ruime plantafstand kunnen de wortels goed in de dikte uitgroeien.

Die langzame groei is betrekkelijk, langzaam kost immers geld, en winterpeen is juist de goedkopere peensoort. Om de winterpeen betaalbaar te houden, wordt de groei gestimuleerd door de aarden rug waarin hij verbouwd wordt voor het inzaaien sterk te bemesten.

Het loof van bospeen is een teken van versheid. Bospeen met loof kun je in de koelkast immers maximaal twee dagen goed houden. Zonder loof veel langer, tot twee weken. Draai daarom het loof van de wortelen wanneer je ze langer wilt bewaren of wikkel de hele bos peen in een vochtige doek of krant.

Peen kan daarnnaast prima ingekuild worden.

SOORTEN WESTERSE PEEN

In Europa alleen al zijn ruim 500 peen-cultivars beschreven die qua vorm, van cylindrisch tot bijna rond, kleur en maat kunnen verschillen.

Tot dusver was de oranje peen in ons land het gezicht van deze groente, maar sinds enkele jaren is er een toenemende belangstelling voor de anders gekleurde variëteiten, ten onrechte oerwortels genoemd, want het zijn relatief jonge cultivars. Een voorbeeld daarvan is de Purprle haze die van binnen oranje en van buiten dieppaars is. De zomerpeen Purple sun is daarentegen is wel door en door paars

Hieronder beschrijven we enkele in het oog springende cultivars.

CAROTTE PARISIENNE

Er zijn veel soorten Parisiennes, zoals de Marché de Paris (Parijse markt) en Parijse broei. Het zijn bolronde peentjes van het type Grelot, die veelal op contractbasis voor de conservenindustrie wordt verbouwd. Ze worden volvelds geteeld, vanaf april gezaaid en na 100 dagen geoogst.

PAARSE PEEN

De paarse peen is een terugkeer naar de periode voor de ontwikkeling van de oranje peen in de 16e eeuw. Nog lang populair geweest in Noord-Europa, sinds enkele jaren ook weer in Nederland verbouwd. De wortel is zoeter, maar verliest tijdens het koken veel kleur.

WITTE PEEN

Eén van de witte peensoorten is de witte Belgische peen met groene kraag, ontwikkeld uit een in 1831 in het wild aangetroffen witte wortel. De Witte satijn is een peen van het type Nantes. Witte peen bevat geen caroteen!

RODE PEEN

Westerse rode peen is oppervlakkig rood. De schil en het vlees vlak onder de schil zijn rood gekleurd door de lypoceen, dus wanneer je de peen schilt verlies je een groot deel van de kleur. Ook wanneer je de wortel lang kookt.

GELE PEEN

Het pigment in gele peen is afkomstig van xanthophylen, goed voor de ogen. Ze bevatten er meer van dan oranje peen. Gele peen is bovendien zoeter en steviger. Niets 'oerwortel', het uitgangsmateriaal is de moderne peen.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De geschiedenis van de gecultiveerde peen is nauw verbonden met de geschiedenis van zijn voorouder de wilde peen, die van oorsprong uit Perzië komt.

Vermoedelijk is de peen in de 10e eeuw in Anatolië gecultiveerd. Al in de 12e eeuw maakten we er in Europa kennis mee, lang voor de oprichting van de VOC in 1602, die hierin door taloze auteurs een rol wordt tioegedicht. Het duurde zeker tot de 17e eeuw voor de bittere gele wortel die peen werd genoemd (toen een meervoudsvorm, uitgesproken als pee-en) zijn zoete, oranje opvolger had. Dat was het resultaat van naarstig doorontwikkelen, niet van opnieuw kruisen.

Het zou nog wel even duren voor de resultaten daarvan in de annalen verchenen, want pas in 1721 wordt de Hollandse peen voor het eerst beschreven, de vroege Hoornse halflange, voorouder van vrijwel iedere latere peen. Vernoemd naar het Noord-Hollandse Hoorn waar hij, vermoedelijk in Zwaagdijk, verbouwd werd. Naar het schijnt is deze oranje peen een eeuw eerder al op de (Amsterdamse) markt verschenen.

Aanvankelijk was men vooral geïnteresseerd in de smaak, de kleur - wellicht om daarmee nieuwe variëteiten van eerdere te onderscheiden - en de medicinale eigenschappen, maar gebruikte men de dikke, sappige wortel hoofdzakelijk als veevoer. Patriottische opvattingen zullen daarbij geen rol gespeeld hebben, waarom zou je trouwens veevoer aan het Koningshuis op dragen?

Tot in de Boerenoorlog aan het eind van de 19e eeuw werd de peen nog aan de paarden gevoerd. In de daarop volgende Eerste wereldoorlog wordt de peen gebruikt als 'ersatz', een substituut voor graan in 'Kriegsbrot'. Eigenlijk begint dan pas de wereldwijde opmars van de (oranje) peen als groente.

Intussen is de peen in Europa de op de tomaat na meest verbouwde groente, met een aandeel van ruim 8% van alle groenteproductie. Nederland mag dan de bakermat van de oranje peen zijn, het is een relatief kleine speler op de wereldmarkt.

De witte wortel dan? Zoals er nog zoveel niet duidelijk is over de ontwikkeling van de peen, berust de opvatting dat de witte peen in de 14eeuw vanuit Perzië naar Europa is gekomen, vrijwel zeker op hetzelfde misverstand als in de Romeinse tijd. De geelwitte peen van toen, leek immers als twee druppels water op de pastinaak.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De botanische naam is het Griekse woord voor wortel (daucus). Carota betrekent 'saffraankleurig', een woord dat pas sinds de 15e eeuw wordt gebruikt.

Het Nederlandse woord peen is afgeleid van het 15e eeuwse pee, in meervoud peden, wat (gele) eetbare wortels betekende, dus peen als meervoudsvorm. Mogelijk is de oorsprong van het woord het Franse pied, dat voet betekent.

Het woord peen is altijd gebruik voor het aanduiden van een gele wortel, tot oranje peen zijn intree deed.

VERTALING PEEN

engels
carrot
frans
carotte
italiaans
carota
spaans
zanahoria
duits
karotte, mohrrübe
indonesisch
wortel
japans
 
vietnamees
cà rốt dại
chinees
 
kantonees
 
 

GEZONDHEIDSASPECTEN

VOEDINGSSTOFFEN - GEZONDHEIDSRISICO'S

Peentjes bevatten caroteen, een onverzadigde verbinding die behoort tot de carotenoïden, een groep gele en rode pigmenten. Behalve dat het een kleurstof is, is caroteen een waardevolle voedingsstof (anti-oxydant).

Caroteen komt niet exclusief in peen voor, zelfs niet alleen in de wortel van de peen, maar is wel naar de groente (carota) vernoemd. Β-caroteen wordt in het lichaam omgezet in vitamine A.

Behalve caroteen, overwegend α- en β-caroteen, bevat de peen suiker en vruchtenzuren zoals appel- en citroenzuur. Peen is rijk aan vitamine C, kalium en ijzer.

SAMENSTELLING PER 100 GRAM RAUW PRODUCT

41
kcal
(170 kJoule)
0,9
gram
eiwitten
9,6
gram
koolhydraten
2,8
gram
vezels
4,7
gram
waarvan suikers
0,2
gram
vet
0,1
gram
meervoudig onverzadigd
2,0
mg
omega-3
115,0
mg
omega-6
VITAMINES
5512
µg
vitamine A
(689,1% ADH)
0,1
mg
vitamine B1
(9,1% ADH)
0,1
mg
vitamine B2
(7,1% ADH)
1,0
mg
nicotinezuur
(6,3% ADH)
0,3
mg
pantotheenzuur
(5,0% ADH)
0,1
mg
vitamine B6
(7,1% ADH)
19,0
µg
foliumzuur (B9)
(9,5% ADH)
5,9
mg
vitamine C
(7,4% ADH)
0,7
mg
vitamine E
(5,8% ADH)
13,2
µg
vitamine K
(17,6% ADH)
MINERALEN
33,0
mg
calcium
0,3
mg
ijzer
320
mg
kalium
12,0
mg
magnesium
0,1
mg
mangaan
69,0
mg
natrium
35,0
mg
fosfor
0,1
µg
selenium
0,2
mg
zink

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Carotte | Wikipedia (FR/NL/EN/DU) Peen | Etymologiebank M.Philippa, Etymologisch woordenboek van het Nederlands Biologische teelt winterpeen | Landgoud Origin of the European cultivated carrot | O. Banga, 1956, Institiute of horticultural breeding LU Wageningen in Euphytica 6 (1957) Springer link Daucus carota | Volkoomen