

Het meest zichtbare verschil tussen de Patagonische kamschelp en de Europese coquille (Grote mantel of Coquille Saint-Jacques) is de vorm. De Europese schelp is links-convex (de bovenste schaal is bolvormig), de Partagonische schelp heeft twee bolle zijden, waarvan de bovenste (linker) een sterkere bolling heeft dan de onderste.
De soort is geslachtsrijp op tweejarige leeftijd en wordt gemiddeld 8 tot 10 jaar oud. De schelp wordt 80 - 90 mm groot, en heeft een minimum aanlandingsmaat van 55 mm, wat overeen komt met een leeftijd van 3 à 4 jaar.
Het witte coquillevlees is de adductor, de grote spier die de schelp in staat stelt om kortere afstanden te 'zwemmen' door de pulserende werking van het openen en sluiten van de schelp. De afmeting van de adductor van de Patagonische mantelschelp varieert. Vooral van de kleinere schelpen is de spier nog onvoldragen, met een diameter van 1½ - 2½ cm.
Eetbaar zijn alleen het malse melkwitte vlees (de adductor-spier, pil of noot) en het koraal (coraille). Daarnaast bevat de schelp de kieuwen (gills), het vlies en de (donkere) ingewanden, maag en lever. Deze worden niet gegeten.
In het artikel "de techniek van het openen van jacobsschelpen " vind je beschreven en getoond hoe je de schelp moet openen en klaar moet maken voor bereiding.
De Patagonische schelp wordt op bescheiden schaal in ons land verkocht. Onder MSC-label biedt Lidl de schelp aan als mini-coquille, helaas voorzien van een kruidenboter. Ook Heiploeg biedt deze MSC-schelp aan, in de vorm van ingevroren vlees, in twee maten 80-120 pcs/lb and 120-150 pcs/lb.
Doordat deze schelpen op het zuidelijk halfrond leven, is het seizoen complementair aan dat op het noordelijk halfrond, van april tot oktober.
Bereid en eet schaal- en schelpdieren daarom bij voorkeur op de dag van aankoop. Invriezen kan, maar kan ten koste van de smaak en structuur gaan. Koop in dat geval liever ingevroren producten.
Een verse mantelschelp kan rauw gegeten worden. Wanneer het vlees gebakken wordt, mag dat niet te lang verhit worden, dan wordt het subiet taai. Het vlees is het heerlijkst wanneer één zijde voorzien is van een gekaramelliseerd korstje. Dat bereik je door het op een zo heet mogelijke plaat te bakken, aan de schelp of losgemaakt.
Druk de spier goed tegen de plaat aan, en bak hem, afhankelijk van hoe warm je plaat of pan 1 tot 1½ minuut. Handel snel, de spier moet hoe dan ook lichtjes doorschijnend blijven. Houd er rekening mee dat diepvries- of 'potjes' vlees kwetsbaarder is, minder weerstand biedt dan en verse spier.
De kleinere spiertjes worden navenant korter gebakken, pas op voor uitdroging. Door hun kleine formaat zijn deze spiertjes bij uitstek geschikt voor gebruik in soep, als bijgerecht bij groenten en als amuse, zoals in de vorm van coquille-saté.
Betracht altijd de grootste hygiëne en gebruik alleen verse producten. Verwerk vis, schaal- en schelpdieren altijd gescheiden van andere producten ter voorkoming van kruisbesmetting.
Zie overzichtsartikel Jacobsschelpen
Schaal- en schelpdieren bederven snel. Bewaar verse schaal- en schelpdieren niet langer dan 2 dagen in de koelkast bij maximaal 2°, korter (1 dag) bij hogere temperatuur. Wanneer ze onaangenaam ruiken, verkleuringen vertonen of taai worden, zijn ze niet meer eetbaar.
Het leefgebied van de schelp zijn de zandige en modderige gronden voor de kust van Chili (van Puerto Montt tot Punta Arenas en de Straat van Magellaan, en voor de Argentijnse kust van de Straat van Magellaan tot Puerto Quenquen, in ondiepe beschutte baaien en op zee op dieptes van 40 tot 200 meter. De watertemperatuur is er gemiddeld 6 - 10 °.
De visserij op de Patagonische schedlp is nog vrij jong. De voornaamste exporteurs van deze schelp naar de Europese markt zijn Argentinië en Urugay. De schelp wordt er sinds 1995 gevangen met bodemsleepnetten.
De naam Zygochlamys patagonica (voorheen Pecten patagonicus) is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1832 door King & Broderip. De soort is mede onderzocht door de Beagle, het schip dat van 1831 tot 1836 de wereld rond voer voor fundamenteelonderzoek. Aan boord Charles Darwin.
Patragonië is de naam voor het zuidelijke deel van Zuid-Amerika (Argentinië en Chili omvattende), ontleend aan de naam die de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (Ferdinand Magellaan) in 1520 gaf aan de Tehuelches, een inheems volk dat hij de patagón noemde.
Vanwege de kleine afmetingen wordt de schelp in het Nederlands/Vlaams baby-coquille wordt genoemd. Het behoeft geen toelichting dat deze benaming de grootste flauwekul is.
De visserij op de Patagonische mantelschelp vindt plaats met botter otter trawlers. De visserij voor de Argentijnse kust is MSC gecertificeerd in 2006, 2012 en herzien in 2016. De schelpen worden met netten opgehaald die aan beide zijden van het schip worden neergelaten en die zijn voorzien van 'deuren' aan weerszijden van ieder net. Iedere trek duurt 15 minuten, en bij iedere trek wordt de bijvangst binnen 5 minuten terug in zee gebracht.
De minimum maat schelp waarop wordt gevist, is 55 mm.