Weekdieren (Mollusca)
in bewerking
WEEKDIEREN
WATERLEVEN
TRIDACNA GIGAS | NEW SOUTH WALES ©2009 FOTO: Richard Ling

INLEIDING

Weekdieren (Mollusca) zijn ongewervelde dieren en hebben een week lichaam. Het merendeel leeft in water, merendeels in zee. Dat geldt voor weekdieren in zijn algemeen, ook specifiek voor slakken.

Weekdieren bestaan uit een voet, de organen en een mantel, en een schelp. De mantel heeft verscheidene functies. Behalve dat het de huid is en de slijmcellen beschermt, speelt het bij veel soorten ook een belangrijke rol in de voortbeweging, zoals bij slakken het geval is. Bij de tweekleppigen (schelpdieren) zorgt de mantel ook voor de voedselopname.

Aan de buitenzijde van de mantel bevinden zich bij veel soorten cellen die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van heen hard pantser, de schelp. Bij sommige weekdieren neemt de schelp de hoedanigheid aan van een skelet, als in het 'balein' van een pijlinktvis. De naakte slak is een voorbeeld van een weekdier dat geen schelp vormt.

De schelp is een levend organisme, dat groeit naarmate het weekdier groeit. Daar zijn grenzen aan, want het pantser moet wel meegetorst worden. Daarom zal een schelp zelden groter zijn dan tien centimeter, alhoewel de grootste schelp die van de Tridacna gigas is, het grootste weekdier ter wereld (foto). Deze Doopvontschelp kan meer dan anderhalve meter lang worden en de schelp alleen kan wel 250 kilogram wegen. Hij is tweekleppig, en sluit bij verstoring overdag en 's nachts.

Net als vissen bedienen weekdieren zich van kieuwen voor de ademhaling. Althans de weekdieren die in water leven. De kieuwen bevinden zich in de mantelholte. Alle zeeslakken hebben kieuwen, maar de landslakken beschikken over longen.

Aan de anatomie en de schelpvorm van een weekdier valt veel af te lezen over hun habitat en leefwijze. Sommige weekdieren, zoals de mosselen en oesters klampen zich vast aan een veelal harde ondergrond. Andere, zoals de kamschelpen verblijven in een zachte ondergrond, waarin ze zich deels ingraven. Dat vraagt een andere anatomie, en die heeft zich ook zo ontwikkeld.

Het inzicht daarin ontwikkelt zich nog altijd sterk, reden waarom veel weekdieren onder verschillende benamingen bekend zijn, en waarom bestaande taxonomische indelingen niet lang stand houden. De kamschelpen bijvoorbeeld waren aanvankelijk ingedeeld in een vijftal geslachten, tegenwoordig worden er zestig onderscheiden.

De indeling die wij hantern, is gebaseerd op de indeling die in WoRMS gehanteerd wordt, het World register of Marine species. Voor de Nederlandse benaming is zo veel als mogelijk gebruik gemaakt van de gebruikelijke handelsbenamingen, en waar die onduidelijk of vervuild is gebleken dor het veelvuldig gebruik van ionetrnationale terminologie, neem het Italiaanse volgone, van de uitgebreide lijst met wetenschappelijke en handelsbenamingen voor visserij- en aquacultuurproducten op de Belgische markt van VLIZ, het Vlaams Instituut voor de zee.

CULINAIRE WEEKDIEREN

Tweekleppigen (Bivalvia) - schelpen

Mosselen (Mytiloida)
Mosselfamilie (Mytilidae)
Blauwe mossel (Mytilus edulis)
Mediterrane mossel (Mytilus galloprovincialis)
Baai mossel (Mytilus trossulus)

Mantelschelpen (Pectinoida)

Mantelfamilie (Pectinidae)
Grote mantelschelp (Pecten maximus)
Jacobsmantel (Pecten jacobaeus)
Baaikamschelp (Argopecten irradians)
Bonte mantel (Mimachlamys varia)
Wijde mantel (Chlamys opercularis)

Kokkels (Veneroida)

Kokkelfamilie (Cardidae)
Gewone kokkel (Cerastoderma edule)
Brakwaterkokkel (Cerastoderma glaucum)
Scheermesfamilie (Solenidae)
Scheermes (Ensis)
Venusschelpen (Cardidae)
Palourde (Ruditapes decussatas)
Philppijnse tapijtschelp (R. philippinarum)
Gevlamde tapijtschelp (Polititapes )
Roze venusschelp (Ruditapes rhomboides)
Goudkleurige venusschelp (R. aurea )
Bruine venusschelp(Callista chione )
Gewone venusschelp(Chamelea galina )
Tapijtschelp, vongole (R. senegalensis )
Amerikaanse venusschelp(Mercenaria )
Wrattige venusschelp (Venus verrucosa )
Kokkelfamilie (Mactridae)
Stevige strandschelp (Spisula Solida )

Arkschelpen (Arcida)

Marmerschelpen (Glycymerididae)
Gewone marmerschelp (Glycymeris )

Tweekleppigen (Bivalvia) - vervolg

Oesters (Ostreoida)
Oesterfamilie (Ostreidae)
Gewone oester (Ostrea edulis)
Japanse oester (Crassostrea gigas)

Mosselen (Mytiloida)

Mosselfamilie (Mytilidae)
Gewone mossel (Mytilus edulis)
Diepwatermossel (Mytilus galloprovincialis)
Groenlipmossel (Perna canaliculus)
Aziatische groene mossel (Perna viridis)

 
Koppotigen (Cephalopoda)

Inktvissen (Coloidea)
Achtarmigen (Octopodiformes)
Octopoda
Octopus
Tienarmigen (Decapodiformes)
Pijlinktvis (Loligo)

 
Slakken (Gastropoda)

Longslakken (Pulmonata)
Helicidae
Afrikaanse slak (Achatina fulica)
Wijngaardslak (Helix pomotia)
Segrijnslak (Cornu aspersum helix aspersa )

Zeeslakken

Buccinidae
Wulk of karakol (Buccinum undatum)
Alikruiken (Littorinidae)
Alikruik of kreukel (Littorina littorea)
Abalones (Haliotidae)
Ezelsoor abalone (Haliotis asinina)
Franse abalone (Haliotis tuberculata)

OORSPRONG EN VERSPREIDING

Weekdieren bestaan sinds het Precambrium, ver voor de Cambrische explosie waarin het (overig) dierenrijk vorm kreeg. De eerste slakken dateren uit het Cambrium.

Bovenstaande foto heeft betrekking op een Proteroctopus ribeti gevonden in de Lagerstätte in het Franse La-Voulte-sur-Rhône in de Jura, 165 miljoen jaar oud.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

Het Franse mollusque, waarvan het Engelse woord mollusc is afgeleid, komt uit het Latijn, waarin mollis zacht betekent. Aristoteles doelde met τα μαλακά (ta malaká), wat zachte dingen betekent, om pijlinktvissen te duiden.

VERTALING WEEKDIEREN

engels
molluscs
frans
mollusques
italiaans
molluschi
spaans
moluscos
duits
weichtiere
arabisch
rkẖwyạt رخويات
hindi (india)
machhalee
indonesisch
moluska
vietnamees
Động vật thân mềm
japans
nantaidōbutsu 軟体動物
chinees
ruǎntǐ dòngwù 软体动物
 

BRONVERMELDING UPDATE MAART 2017

Molusca | Wikipedia (EN/FR) The Bivalvia | University of California Museum of Paleontology Mollusca | WoRMS, World register of Marine species Mollusca | ITIS taxonomy