Vissen (Pisces)
in bewerking
VISSEN
WATERLEVEN
VISSEN BIJ RAJA AMPAT | WEST-PAPOEA, INDONESIË

INLEIDING

De vis is net als alle viervoeters een Craniatum, een dier met hersenen beschermd met een schedel, met ogen, tanden en andere zintuigen. Maar wat zijn dan vissen ?

Het merendeel van de vissen onderscheidt zich van viervoeters door de ademhalingsorganen (kieuwen in plaats van longen), een ruggegraat, en vinvormige ledematen, als hij deze al heeft. Nog een aantal niet unieke eigenschappen zijn het onvermogen de eigen lichaamstemperatuur te regelen en schubben.

In de Visserijwet wordt onder vissen in ieder geval alles verstaan dat gebruikelijkerwijs vis wordt genoemd, maar ook schaal- en schelpdieren, zeesterren en zee- of koraalmos. In taxonomisch opzicht bestaat de vis niet omdat binnen het hiërarchisch systeem waarmee levende wezens geordend worden vissen én viervoeters tezamen voorkomen. We zullen het daarom met de definitie vis in het spraakgebruik moeten doen.

 Hoe sterk vissen en de mens verwant zijn, blijkt uit het menselijk stress-systeem, dat zeer vergelijkbaar met dat van een vis. Interessant is, dat ons stress-systeem sindsdien niet verder geëvolueerd is. Omdat daar geen behoefte aan was ?

Bij de typering van vissen is het handig om een stereotyp vis-beeld te hebben. Het gestroomlijnde lichaam, rug-, buik- en staartvinnen, schubben, en eieren leggend. Maar hoe stereotyp die componenten ook lijken, het aantal afwijkingen is legio. Tonijnen en zwaardvissen bijvoorbeeld hebben warmbloedige aanpassingen, hun stroomlijning stelt hen in staat tien tot twaalf maal hun eigen lengte per seconde voort te bewegen, terwijl alen zich in verhouding daartoe als slakken voort bewegen. De lichaamsvorm is zo verscheiden dat er ook geen typisch vis-lichaam bestaat, vergelijk zeepaardjes, schollen en haaien maar eens met elkaar. De grootste vissensoort is bovendien 16 meter lang, de kleinste, een Sumatraanse karpersoort (Paedocypris progenetica) 8 millimeter.

Om een helder en hanteerbaar overzicht te krijgen, beschrijven we op de site het 'waterleven' in vier duidelijk te onderscheiden groepen die van belang zijn als menselijk voedsel: vissen, schaaldieren, weekdieren en wieren .

Onderstaande vissoorten zijn de belangrijkste in Europa verkrijgbare soorten. Dit is een aanzet voor een meer omvattend overzicht, met een beschrijving van vissoorten uit de internationale keuken, zoals de in Australië zeer geliefde barramundi of de zilvervis of pomfret, die veel in de Chinese keuken wordt gebruikt en die in onze wateren sporadisch voor komt.

CULINAIRE VISSEN

STRAALVINNIGEN (Actinopterygii )

Stekelvinnigen (Acanthopterygii)
Baarsachtigen (Perciformes)
Makreelachtigen (Scombroidei)
Makreel (Scomber)
Tonijn (Thunnus)
Zwaardvis (Xiphias gladius)
Baarsvissen (Percoidei)
Baars (Perca fluviatilis)
Botervis (Lepidocybium flavobrunneum)
Dorade, goudbaars (Sparus)
Grouper (Epinephelus/Mycteroptera)
Harder (Chelon labrosus)
Marlijn (Makaira)
Mul (Mullus. . )
Ombervis (Argyrosomus regius)
Pieterman (Trachinus)
Rode snapper (Lutjanus)
Tilapia (Oreochromis )
Zeebaars (Dicentrarchus labrax)
Zeebrasem (Pagellus bogaraveo)
Zeewolf (Anarhichas lupus)
Beloniformes (Zonnevisachtigen)
Geep (Belone belone)
Platvissen (Pleuronectiformes)
Tongen (Scombroidei)
Bot (Platichthys flesus)
Griet (Scophthalmus rhombus)
Heilbot (Hippoglossus)
Schar (Limanda limanda)
Schol Pleuronectes platessa)
Tarbot (Scophthalmus maximus)
Tong (Solea solea)
Tongschar (Microstomus kitt)
Witje (Glyptocephalus cynoglossus)
Schorpioenachtigen (Scorpaeniformes)
Koolvis
Poon (Chelidonichthys)
Roodbaars ( Sebastes)
Zwarte kabeljauw (Anoplopoma)
Zonnevisachtigen (Zeiformes)
Dorie (Zeus)
Kaapse dorie (Zeus capensis)
Zonnevis (Zeus faber)

STRAALVINNIGEN - vervolg-

Haringachtigen (Clupeomorpha)
Haringachtigen (Clupeiformes)
Ansjovissen (Engraulidae)
Haringen (Clupea)
Sardine (Sardina pilchardus)
Sprot (Sprattus sprattus)
Kabeljauwachtigen (Paracanthopterygii)
Kabeljauwachtigen (Gadiformes)
Heek (Mercullius)
Kabeljauw (Gadus)
Koolvis (Pollachius)
Leng (Molva)
Pollak (Pollachius pollachius)
Schelvis (Melanogrammus aeglefinus)
Wijting (Buccinum undatum)
Vinarmigen (Lophiiformes)
Ham, Zeeduivel (Lophius piscatorus)
Kraakbeenganoïden (Chondrostei)
Steurachtigen (Acipenseriformes)
Steur
Meervalachtigen (Ostariophysi)
Cypriniformes
Karper (Cyprinus carpio)
Siluriformes
Meerval (Clarias)
Pangasius (Pangasius)
Tarpon- en aalachtigen (Elopomorpha)
Palingachtigen (Anguilliformes)
Paling (Anguilla anguilla)
Zalmachtigen (Protacanthopterygii)
Salminoformes
Forellen (Salniadea)
Zalmen (Salmo)
Esociformes
Snoekbaars (Sander lucioperca)

KRAAKBEENVISSEN (Chondrichthyes)

Roggen (Batoidea)
Roggenorde (Rajiformes)
Rog (Raja)
Haaien (Selachimorpha)
Grondhaaien (Carcharhiniformes)
Hondshaai (Scyliorhinus canicula)
Ruwe haai (Galeorhinus galeus)

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De evolutie van de vissen is 530 miljoen jaar geleden begonnen tijdens met Cambrische explosie, een periode van 25 miljoen jaar waarin het dierenrijk vorm kreeg.

De voorouders van de vissen waren de Chordata, lancetvisachtige dieren met een chorda, een elastische, weefsel-achtige streng die langs de gehele rug van het dier loopt. Deze chorda-dieren waren sessiel: ze beschikten niet over de mogelijkheid zich te verplaatsen, zoals de - nog altijd bestaande - zakpijpen (Ascidiacea). De eerste vissen waren kaakloos, en verschenen in het vroege Paleozoïcum (Ordovicium en Siluur, 485 tot 415 miljoen jaar geleden). Inktvissen waren er toen al. Uit deze kaakloze vissen met een pantser zijn de huidige kraakbeenvissen (haaien en roggen) ontstaan.

Uit de Chordata ontwikkelde zich de Craniata, de slijmprikken en gewervelden, waaronder de viervoeters. Tot de eerste vissen behoren de Elpistostegalia, het meest van alle visachtigen verwant met de viervoeters (Tetrapod). Zij leefden in het Devoon, halverwege het Paleozoïcum, rond 380 miljoen jaar geleden. Hun leefgebied was ondiep water, wat mede verklaart waarom bij hen de eerste transitie plaats vond van de voortdrijving met de staartvin naar die met de borst- en de buikvinnen, en van ademen met kieuwen naar ademen met longen.

Op dit moment zijn rond 33.000 vissoorten bekend. Hun aantal neemt ieder jaar met zo'n 250 toe. De grootste diversiteit zou in Raja Ampat ten westen van de Vogelkop in West-Papoea (Indonesië) voor komen, meer dan dan in het Great Barrier Reef en bovendien op een veel kleiner oppervlak. Ter vergelijking in Raja Amrat komen 1.669 vissoorten voor, in onze eigen Noordzee 220 soorten.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

Het woord vis is afgeleid van het Latijn pisc─ôs, wat ook de botanische naam van de vissen is. Onder de vissen worden historisch alle dieren verstaan die uitsluitend in water leven. Zo zijn in de 15e eeuw alle woordcombinaties met vis ontstaan van dieren die we nu niet tot de vissen zouden rekenen, zoals de inktvis.

VERTALING VIS

engels
fish
frans
poisson
italiaans
pesce
spaans
pez
duits
fisch
arabisch
sammak سمك
hindi (india)
machhalee
indonesisch
ikan
vietnamees
japans
gyorui 魚類
chinees
yú 鱼
 

VANGSTMETHODEN

Wilde vis wordt 'gevangen', met vangtechnieken die per vissoort, per habitat en per locatie verschillen. De meest voorkomende methode is tegenwoordig vissen met behulp van netten.

Grofweg kunnen als vangsttechnieken de netvisserij, de lijnvisserij en een heel scala aan vistechnieken worden onderscheiden waarbij noch lijnen, noch netten worden gebruikt. De zonder enige twijfel meest draconische aller vangsttechnieken, is die waarbij de vis wordt gevangen door het water weg te laten stromen (of de stroom te onderbreken) en vissen met vergif !

Dat laatste gebeurt traditioneel in het Caribische Guyana, waar met behulp van giftige planten zoals de Lonchocarpus wordt gevist. Door de wortels te verpulveren op een boomstam in het water, druppelt het vergif uit de wortels in het water. Ook wordt van cassave aas gemaakt dat doordrenkt met de giftige bladeren van de Clibadium. Wanneer de vissen naar het oppervlak komen, worden ze met de hand uit het water gehaald.

De techniek werd door inheemse volken over de hele wereld gebruikt, met uiteenlopende planten - enkele honderden soorten - als gif. Zij hebben geleerd een roulatiesysteem te gebruiken, en de methode alleen op kleine stromen te gebruiken, om de vis voor uitsterven te behoeden. De techniek wordt alleen nog in afgelegen gebieden gebruikt, want is in de meeste delen van de wereld absoluut verboden, zoals in Afrika.

Dergelijke verboden gelden ook voor minder onschuldige technieken, zoals het vissen met sodiumcyanide, explosieven en electriciteit. Dat klinkt logisch, maar veel hedendaagse gepraktiseerde vistechnieken zijn even destructief als deze methoden.

Eén van de gebeiden waar men cyanide-visserij bedrijft, is de Philippijnen, waar het gif in de lagunen en koraalriffen werd gegoten. Met desastreuze gevolgen, niet alleen op de Philippijnen zelf, maar ook in andere delen van de Pacific. Ook het gebruik van explosieven is nog lang niet uitgebannen, het gebeurt nog altijd, dichtbij in de Aegeïsche zee, voor de kusten van Libanon, Mosambique en Tanzania, en op de Philipijnen en in Indonesië. Vissers gaan met een plastic fles gevuld met dynamiet op pad, en werpen deze in zee, en vernietigen er alle leven, ook de koralen.

DE SPEERVISSERIJ

 De speer in de vorm van een drietand is het symbool van de Griekse zeegod Poseidon en de Romeinse zeegod Neptunus.

Vergeleken met deze 'primitieve' vistechnieken is het speren van vis niet alleen de oudste techniek, maar ook één van de milieuvriendelijkste. Het speervissen kent veel vormen. De meest elementaire vorm is die met een houten speer, niet meer dan een puntig gesneden stok. Deze techniek werd al in het paleoliticum gebruikt. Door deze van een liaan of touw te voorzien, kun je er zelfs mee harpoeneren.

De oudste harpoenen dateren van 90.000 jaar geleden, en zijn gevonden in Zaire. Deze Semliki harpoenen zijn voorzien van een benen punt, en werden gebruikt voor de vangst van meervallen. Harpoenvisserij komt ook al vroeg voor in Japan. De oudste harpoenvondst in Europa is minstens 16.000 jaar oud, en is gevonden in de grot van Cosquer bij Marseille. De Grieken visten 200 jaar voor Christus met harpoenen op zwaardvis.

LEES MEER OVER DE HARPOENVISSERIJ EN DUURZAAMHEIDSASPECTEN - IN BEWERKING

DE VISSERIJ MET NETTEN

We zijn dan al dicht bij de eerste netten. Eén van de oudst bekende visnetten is het dertig meter lange Antrea-net, vernoemd naar de plaats waar het gevonden is, Antrea in Finland. Dit net dateert van 8.500 voor Christus en is gemaakt van de takken van de treurwilg. Het is gevonden in het Ancylusmeer, een vroeg stadium van de vorming van de huidige Baltische zee uit het Baltisch ijsmeer. De vissers maakten gebruikt van boomstammen en boomschors om vlotten mee te maken om het meer mee te bevaren en de netten uit te werpen.

De oudste Nederlandse netten en vallen zijn ruim 6.000 jaar oud, en gemaakt van riet en kornoelje-takken. Amerikaanse indianen maakten hun eerste netten van brandnetel en de bast van (ceder)bomen. Zij verwaarden hun netten met stenen en zorgden er met houten drijvers voor dat hun netten niet naar de bodem zonken. Geavanceerder netten, voorzien van kurken drijvers en loden verzwaringen, komen uit het Middellandse zee gebied, en zijn afgebeeld in Egyptische tombes van 3.000 jaar voor Christus. Zij luiden een scala van netten en vistechnieken in dat zich de eeuwen daarna evolueerde tot de moderne netvisserij waarin electronica niet meer is weg te denken.

Daarbij is de ontwikkeling van schepen van eminent belang geweest. De omslag van vissen voor de eigen behoefte en de handel in vis, ingezet door scheepvarende naties, zoals de Vikingen die 1.000 jaar geleden begonnen met de handel in gedroogde kabeljauw en de Nederlanders die in de 15e eeuw de haringvangst opzetten, waren de opmaat voor een ontwikkeling naar industriële visserij, met de wereldwijde distibutie van verse vis.

LEES MEER OVER DE NETVISSERIJ EN DUURZAAMHEIDSASPECTEN - IN BEWERKING

VISSEN MET HAKEN, LIJNVISSEN

Eén belangrijke vistechniek is nog niet besproken, die met de haak aan een lijn. De oudste haken zijn prehistorisch, en werden gemaakt van botten. De eerste lijnen waren van plantaardig materiaal. Later werd zo'n lijn gemaakt zijn van darmen, zoals de bespanning van tennisrackets. De enkele lijn wordt nog altijd gebruikt, ook in de professionele visserij, maar het merendeel van de lijnvangst gebeurt met zogenaamde lange lijnen. Deze geven niet alleen veel bijvangst, zijn ook een directe bedreiging voor de vogelstand, in het bijzonder voor albatrossen,die in grote getalen (zo'n 100.000 per jaar) slchtoffer worden van de lijnvangst doordat ze vast komen te zitten aan de haak wanneer ze de vis uit het water willen plukken.

LEES MEER OVER DE LIJNVISSERIJ EN DUURZAAMHEIDSASPECTEN - IN BEWERKING

DE VISKWEKERIJ

Veel van onze vis is afkomstig uit kwekerijen. Het binnenhalen van vis is daarbij niet aan de orde, de vissen worden met behulp van verscheidene technieken uit de bassins gehaald.

LEES MEER OVER DE VISKWEKERIJ EN DUURZAAMHEIDSASPECTEN - IN BEWERKING

DE ANATOMIE VAN DE VIS

DE KIEUWEN

Vrijwel alle vissen, maar niet alle vissen, beschikken over kieuwen. Ook sommige amfibieëen, kreeftachtigen en insecten (larve-stadium) hebben deze, maar de werking kan verschillen.

Bij beenvissen met inwendige kieuwen, zuigt de vis zijn bek vol water, dat hij door de mondholte te verkleinen langs de kieuwen naar de kieuwholte perst. Door de druk gaan de kieuwdeksels open, zodat het water naar buiten kan ontsnappen, Door het weer sluiten van de deksels wordt water in de omgekeerde richting gestuwd. De constante beweging van water maakt gas-uitwisseling mogelijk tussen het water en de bloedcapillairen van de vis, een principe dat tegenstroomuitwisseling wordt genoemd.

Aan de kleur van de kieuwen kun je op maken of een vis vers is. De kieuwen moeten er fris uit zien, helderrood en goed doorbloed. Kleuren ze (naar) bruin, is de vis niet vers meer.

SLIJMLAAG

De vis beschermt zichzelf tegen bacteriële en parasitaire ziekteverwekkers door slijm-eiwitten uit te scheiden. Deze bedekken de schubben en de onderliggende huid. Een gezonde slijmlaag is dun en kraakhelder.

SCHUBBEN

Slechts een klein aantal vissen is schubloos, zoals de meerval. Het leeuwendeel van de vissen heeft schubben, welke dienst doen als pantser. In de prehistorie hadden vissen een stijf pantser. Bijvoorbeeld in de vorm van pantserplaten, zoals pantsermeervallen hebben, maar ook het zeepaardje en de koffervissen. Schubben geven de vis aanzienlijk meer bewegingsruimte.

Vorming, materiaal , typen.

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Fishing with Poisons | C. Kritzon, Primitive ways 2003 Plants for poison fishing in Africa | H. Nieuwinger Toxicon. 2004 Sep 15;44(4): pp 417-30. Vis | Etymologiebank M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch woordenboek van het Nederlands Fish database | Fishbase What is a fish? | Understanding evolution, Berkeley university Paleozoic Era | Understanding evolution, Berkeley university DUURZAAMHEID Vissen index | Viswijzer Octopus vulgaris | EDF Seafood selector Certificated Fish to eat | MSC Marine stewardship council Fishspecies to eat and not eat | Sassi (South african sustainable seafood initiative (WWF)