

Deze schelp heeft niet die karakteristieke vorm van de Grote mantel (Pecten maximus), maar dat maakt hem niet minder spectaculair, integendeel. Net als deze behoort de Amerikaanse grote mantel tot de Pectinadae-familie, met meer dan driehonderd schelpensoorten, de mantelschelpen genoemd.
Hoewel de introductie doet veronderstellen dat het om een zeer grote mantelschelp gaat, is de Amerikaanse grote mantel van gemiddelde afmeting. Een normale maat is 80 mm, alleen exceptionele exemplaren zijn 15 cm en groter. Ondanks dat is de spier fors, vaak 30-40 mm in doorsnede. De schelp heeft een vrij glad oppervlak, mist de karakteristieke, diepe ribben.
Opvallend is zijn voorkomen op grotere diepten. Mantelschelpen komen normaal gesproken in ondiep water voor, van deze Amerikaanse grote mantel is bekend dat er ook populaties op 170 tot 180 meter diepte leven, zoals in de Golf van Maine. Om die reden wordt de schelp ook wel de Atlantic deap-sea scallop genoemd.
De Grote mantel heeft de kenmerkende oren van de mantelschelp, het beeldmerk van Shell en van de staat New York. De schaal heeft 12 tot 17 ribben, en duidelijk zichtbare groeiringen. De linkerschelp is rood-bruin, de rechterschelp crèmekleurig tot bruin. Het is de grootste onder de mantelschelpen, en een gewilde delicatesse door zijn grote, smakelijke adductor-spier.
Die stelt het in staat om kortere afstanden te 'zwemmen' door de pulserende werking van het openen en sluiten van de schelp. De adductor van de Grote mantel, het voornaamste eetbare gedeelte van de schelp, kan afhankelijk van de soort een diameter van 4-5 cm hebben.
Eetbaar zijn alleen het malse melkwitte vlees (de adductor-spier, pil of noot) en het koraal (coraille). Daarnaast bevat de schelp de kieuwen (gills), het vlies en de (donkere) ingewanden, maag en lever. Deze worden niet gegeten.
In het artikel "de techniek van het openen van jacobsschelpen " vind je beschreven en getoond hoe je de schelp moet openen en klaar moet maken voor bereiding.
Het seizoen is september tot mei, met een piek van januari tot en met maart. Naar gelang het seizoen ligt tegen de spier aan de fel-oranje kuitzak, het koraal of de coraille, het voortplantingsorgaan van de schelp.
In Amerika kent men een systeem met formaten, aangeduid met de letter U (under) en een getal dat staat voor het aantal coquilles per pound (450 gram). Aan de formaten U8, U10 en U12 verbindt men de term Super colossal, met 2-4 coquilles per portie van 3 oz (150 gram). De nummering loopt in grote stappen op: Colossal U10-20, Jumbo U20-30, Large U30-40, Medium U40-60 en Small U60-120 en Extra Small/Petite U120+.
Een verse mantelschelp kan rauw gegeten worden. Wanneer het vlees gebakken wordt, mag dat niet te lang verhit worden, dan wordt het subiet taai. Het vlees is het heerlijkst wanneer één zijde voorzien is van een gekaramelliseerd korstje. Dat bereik je door het op een zo heet mogelijke plaat te bakken, aan de schelp of losgemaakt.
Druk de spier goed tegen de plaat aan, en bak hem, afhankelijk van hoe warm je plaat of pan 1 tot 1&frac; minuut. Handel snel, de spier moet hoe dan ook lichtjes doorschijnend blijven. Houd er rekening mee dat diepvries- of 'potjes' vlees kwetsbaarder is, minder weerstand biedt dan en verse spier.
Betracht altijd de grootste hygiëne en gebruik alleen verse producten. Verwerk vis, schaal- en schelpdieren altijd gescheiden van andere producten ter voorkoming van kruisbesmetting.
Tot de typische Japanse bereidingen van de mantelschelp hoort dashi (soep) met shi-itake en schelpen, sahsimi met yuzu-sap en schelpenvlees met een panko-coating.
Schaal- en schelpdieren bederven snel. Bewaar verse schaal- en schelpdieren niet langer dan 2 dagen in de koelkast bij maximaal 2°, korter (1 dag) bij hogere temperatuur. Wanneer ze onaangenaam ruiken, verkleuringen vertonen of taai worden, zijn ze niet meer eetbaar.
Bereid en eet schaal- en schelpdieren daarom bij voorkeur op de dag van aankoop. Invriezen kan, maar kan ten koste van de smaak en structuur gaan. Koop in dat geval liever ingevroren producten.
De commerciële visserij is pas na de kolonisatie van het continent in de achttiende eeuw aangevangen, geleidelijk aan, beginnend in Nova Scotia en in Canada niet eerder dan het einde van de negentiende eeuw. Traditioneel wordt van de Atlantische mantelschelp alleen de spier gegeten, en wordt de deze niet, zoals in Europa en Japan gewoon is, in de gesloten schelp aangeboden. Een belangrijke reden daarvoor is de vrees voor toxine in schelpen uit bepaalde vangstgebieden, afkomstig van algen. Geen exclusief verschijnsel voor de Atlantische mantelschelp trouwens.
De soortnaam is in 1791 door Gmelin gepubliceerd, een vernoeming naar de Portugese ontdekkingsreiziger Magellaan.
Het grootste deel van de schelpen wordt al op zee ontmanteld, om alleen de adductor aan land te brengen. De vismethode is de dregmethode met enkele of dubbele dreggen. Greenpeace is van mening dat de schelp wordt overbevist en dat door het dreggen permanente schade aan de bodemvegetatie, de koralen en de spinzen wordt toegebracht, Bovendien zou volgens Greenpeace jaarlijks bijna 1.000 loggerhead sea turtles gedood worden. In reactie daarop wordt deze bijvangst ontzien, naar de mening van NOAAA met succes."It is illegal to harvest or possess protected species unless otherwise specified under the regulations implementing the Endangered Species Act or Marine Mammal Protection Act."
Zijn leefgebied is het noordwestelijk deel van de Atlantische oceaan, met concentraties op de Georges Bank en de Mid Atlantic Bight. Hij leeft op wat hardere ondergronden, van zwaar zand tot rotsachtige bodems. Volgens de laatste beschikbare gegevens (2010) is de populatie van deze soort gezond en lijdt ze niet onder overbevissing. Het beheer van de bestanden voorziet een beperkte toegang voor de visserij en de controles zijn zeer strikt.
In 2014 is een grote populatie in zee uitgezette mantelschelpen voor de kust van Brits Columbia, de westkust van Canada, gestorven als gevolg van een scherpe daling van de pH graad van het oceaanwater. Naar schatting kostte dat 10 miljoen schelpen het leven.
Vooralsnog wordt de kooldioxide als oorzaak aangewezen, de CO2-uitstoot zou door de oceaan geabsorbeerd zijn. Het effect ervan was dat de pH - hier normaal 8,2 - tot onder 7,2 was gekelderd. De lage zuurgraad verstoort de aanmaak van de schaal door de jonge schelpdieren, die daardoor extra kwetsbaar zijn om gegeten te worden door hun belagers en voor infecties. Dezelfde verstorende uitwerking heeft de zuurgraad op de ontwikkeling van oesters.
De Placopecten magellanicus populatie is momenteel historisch hoog 6)