


In Zuid-Amerika bijvoorbeeld, waar de visserij op de Peruaanse mantelschelp afhankelijk is van de Humboldt-stroming. Deze staat onder invloed van de ENSO (El Niño–Southern Oscillation). El Niño zorgt voor een sterke opwarming van normaal koel oceaanwater, heel gunstig voor de ontwikkeloing van de schelp, maar La Niña, ook wel de anti-Niño genoemd, zorgt juist voor een sterke afkoeling van het oceaanwater.
De schommeling in vangst die dat teweeg brengt is voor de vissers op de van nature aanwezige schelp vervelend en nadelig. aquacultuur is een oplossing. In broedfaciliteiten kan de natuur een handje worden geholpen door de spats in zee uit te zetten in de natuurlijke habitat, danwel in netten, zoals het parelnet of het lantaarnet, maar sommige soorten, zoals de Placopecten magellanicus (Amerikaanse Grote mantel) houden niet zo van dat gewiebel en worden daarom op stabiele rekken uitgezet.
Het verzamelen van de spats is een kunst op zich. Men oogst met behulp van spatverzamelzakken gevuld met een substraat, dat wordt uitgezet op plaatsen waar veel larven op het punt staan om de metamorfose te ondergaan. Na het verzamelen worden de spats in goed circulerend schoon water geleid.
Daarin worden ze naar de kwekerij gebracht om uit te kunnen groeien tot een verkoopbaar formaat. De belangrijkste technieken die de kwekerijen gebruiken zijn de huisvesting in parelnetten (pyramidevormige netten in een verticale kolom), cylindrische lantaarnetten, waarin de schelpen kunnen uitgroeien, en aan lijnen voor de oorhang-techniek (Japans: suika shiki), waarbij grotere schelpen aan hun 'oor' worden gehangen, waarin een gatje geboord wordt. Daarnaast vindt wild-ranching plaats, waarbij de schelpen teruggeplaatst worden op een vlakke zeebodem om zich daar te ontwikkelen en opgedoken of gedregd te worden.
Wanneer de schelpen in netten tot ontwikkeling komen, is er altijd het gevaar dat ze elkaar beschadigen, zoals wanneer de omstandigheden ongunstig zijn (denk aan temperatuur of zoutgraad van het water) of wanneer het 'huis' overbevolkt raakt. Om die reden worden de dieren tijdens hun groei overgezet vanuit het ene systeem naar een beter toegesneden volgend systeem gedurende de 1 tot 3 jaar dat de schelpen gehoed worden.
Eén van de veel gebruikte kweektechnieken, we noemden deze al, is de kweek in lantaarnnetten, zoals die wordt toegepast in Peru en Japan. Meer hierover in de artikelen over de Peruaaanse mantelschelp en de Japanse mantelschelp.