Passiflora
fruit (passifloraceae)
PASSIFLORA
PASSIFLORA-SOORTEN
BLOEIENDE PASSIFLORA MOLLISSIMA
BOVEN: PASSIEVRUCHT ONDER: PASSIFLORA LIGULARIS

PASSIFLORA

De Passifloraceae is een familie met circa 530 soorten bloeiende planten, in 27 geslachten, waarvan een aantal - die in het geslacht Passiflora - eetbare vruchten draagt. Eén daarvan is de maracujá of gewone passievrucht, de Passiflora edulis.

De meeste passiflora zijn klimplanten, sommige struiken, maar wat ze gemeen hebben, zijn de grote bloemen, die er op zijn toegerust bevrucht te worden door kolibri's, hommels, wespen en vleermuizen, kort door de bocht kleinere vogels en grotere insecten. De gele passiebloem wordt slechts door één specifieke bijensoort bestoven. Deze is naar de bloem vernoemd, de passiebloembij (Anthemurgus passiflorae).

De vrucht is technisch gezien een bes.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De passievrucht is een pantropische plant, en komt in alle tropische regio's voor. De meeste soorten worden aangetroffen in Zuid-Amerika, Oost- en Zuid-Azië en Nieuw-Guinea.

In Europa komt één passiebloem in het wild voor, de blauwe passiebloem (Passiflora caurulea), in Spanje.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De naam van de soort is een verwijzing naar het lijdensverhaal van Jezus Christus. In de 15e en 16e eeuw zagen Spaans-christelijke monniken in de onderdelen van de plant verwijzingen naar de laatste dagen van Jezus, zoals de tien kroonbladeren naar de tien apostelen.

In de lijn van deze symboliek heeft de bloem verscheidene benamingen gehad, waaronder Christusdoorn en Jezuslijden. Buiten de invloedssfeer van het christendom heeft de plant ook tot de verbeelding gesproken, getuige de japanse benaming tokeisō, die naar een uurwerk verwijst.

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Passifloraceae | O. Duarte, Exotic fruits and nuts of the New world, 2015 Oxforshire UK, ISBN 978-1-78064-505-6