Broodvrucht
groenten en fruit (Moraceae)
BROODVRUCHT
 
BROODVRUCHT | ARTOCARPUS ALTILIS
 

BROODVRUCHT

De broodvrucht (Artocarpus altilis), een lid van de moerbeifamilie (Moraceae) , is één van de kleinere broodvruchtsoorten. Hij is in grote delen van de tropen belangrijk hoofdvoedsel.

De broodvrucht is verwant aan de nangka (jackfruit) en de chempedak of tjampedak. De smaak van de broodvrucht is niet om over naar huis te schrijven, lijkt wat op aardappel, en de textuur van een volgroeide vrucht is zonder meer papperig. Wat dat betreft is de chempedak (Artocarpus integer) superieur. De broodvrucht is een samengestelde vrucht van het type vruchtverband, dat wil zeggen dat de afzonderlijke vruchten van de groeiwijze tot één vrucht zijn samengegroeid, zoals ook bij de ananas het geval is. De individuele vruchten zijn steenvruchten, en bevatten één enkele zaad. Een broodvrucht is opgebouwd uit zo'n tweeduizend bloemen, die je mede herkent aan de hexagonale structuur van de schil.

De enorme diversiteit van broodbomen is onder meer het resultaat van kruisbestuiving tussen

  • de - veelal zaadloze - Atrocarpus altilis, die in de oudheid vanuit Nieuw-Guinea en de Polynesische eilanden over de wereld is verspreid en
  • de wilde Atrocarpus mariannensis, die altijd zaaddragend is en afkomstig is van Guam, een Micronesisch eiland.

De broodboom groeit in tropische gebieden met een luchtvochtigheid van 70-90%, en vooral in de lager gelegen gebieden. De verspreiding is tussen de 23e noorderbreedte- en de 17e zuiderbreedtegraad. De boom wordt 20-25 meter hoog en heeft een forse stam en een brede kroon. De boom bevat een melkachtig sap (latex) dat ook vrij komt wanneer de vruchten geplukt worden, reden om de vruchten niet met de hand maar met behulp van stokken te plukken. De boom is groenblijvend.

De zeven- tot negenvoudig gelobde bladeren van de broodboom zijn leerachtig en worden wel 60 cm groot. Een broodboom draagt zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen in een compacte bloeiwijze. De mannelijke bloeiwijze is langgerekt, als een aar en produceert grote hoeveelheden pollen. De vrouwelijke bloeiwijze is compact. Voor de bevruchting is de boom in het wild afhankelijk van vleerhonden (in het Engels fruit bats geheten).

Een volwassen boom draagt gemiddeld vijftig vrouwelijke trossen, die zich tot broodvrucht zullen ontwikkelen. Een boom draagt voor het eerst vruchten wanneer deze 3-6 jaar oud is, en kan wel 70 jaar vruchten geven. Een volwassen boom kan wel 700 vruchten dragen , heowel de gemiddelden lager zijn. In de Stille oceaan produceren de bomen 50-150 vruchtebn, In India circa 200 vruchten.. Deze zijn rond tot eivormig, en kan een doorsnede bereiken van liefst 30 centimeter. Desondanks is het één van de kleinere broodvruchtsoorten.

Een vrucht bevat 16-24 steenvruchten, die elke één zaad dragen, althans bij de vruchtbare soort. De onvruchtbare broodvrucht heeft vanzelfsprekend geen zaden. De meeste geteelde variëteiten bevatten overigens geen zaden.

Broodvruchten worden onrijp geplukt. Op zijn vroegst gebeurt dat twee tot drie maanden na het begin van de vruchtvorming, maar liefst (hoogseizoen) na vier maanden.

VERKRIJGBAARHEID EN GEBRUIK

Broodvrucht is minder algemeen verkrijgbaar dan jackfruit of nangka. Meestal vind je broodvrucht in gespecialiseerde Caraïbische winkels.

Snijd de vrucht in grove stukken en verwijder de kern, zodat de segmentjes bloot komen te liggen. Kook de vrucht altijd. .

De pitten zijn zeer voedzaam en worden omdat ze licht-toxisch zijn niet rauw gegeten. Ze worden geroosterd en tiot meel vermalen, dat wordt gebruikt om brood van te bakken.

BEWAREN

Slechts enkele dagen in de koeling houdbaar.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De broodboom komt van oorsprong van Nieuw-Guinea, waar hij kapiak heet. Men vermoedt dat de boom 3.500 jaar geleden in het noord-westen van het eiland verbouwd werd.

De Polynesiërs verspreidden het van daar uit over diverse eilanden in de Stille Oceaan en is van daar uit rond de12eeeuw verspreid over heel Oceanië, inclusief de Indonesische archipel. .

Britten, Fransen en Nederlanders zorgden voor de verdere verspreiding van de boom naar tropische gebieden op alle continenten. In de 17e eeuw namen de Nederlanders namen een nieuwe, langere variëteit van de broodvrucht uit Java naar Sri Lanka, waar de inheemse variant Sinkhala del heet(te), en de nieuwe variant Rata del, vreemde broodvrucht. De Nederlanders hadden geenszins goede bedoelingen met de introductie van de nieuwe vrucht, integendeel ze hadden het oogmerk de bevolking te verzwakken om de weerstand tregen de bezetting te breken. Inmiddels is de Indonesische broodvrucht een geliefde soort op Sri Lanka.

Even berucht en beroemd is het verhaal dat William Bligh, die in 1787 meer dan duizend planten op zijn schip had geladen om elders aan te planten. Dat schip heette de Bounty, en de planten op dat schip zijn nooit aan gekomen waar ze bedoeld zijn. In een herkansing enkele jaren later, vervoerde hij wederom veel planten naar Sint Helena, Sint Vincent en Jamaica. De broodvrucht was bedoeld als voedsel voor de slaven, maar die weigerden het te eten, behalve in Puerto Rico.

De broodboom wordt in diverse landen verbouwd, vooral in Zuid-oost-Azië, de Indonesche archipel (Maleië Indonesië, Nieuw Guinea en de Philippijnen) en het zuiden van India.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De benaming broodboom is niet opmerkelijk, wanneer je het resultaat van het gebakken vruchtvlees ziet.
De soortnaam atrocarpus is een samenvoeging van de Griekse woorden artos, voor brood, en karpos, voor vrucht.

VERTALING BROODVRUCHT

engels
breadfruit
frans
fruit à pain
italiaans
arbero del pane
spaans
fruta de pan
duits
brotfrucht
hindi (india)
 
indonesisch
buah sikun
japans
 
vietnamees
xa kê
chinees
mian bao shu 麵包樹
kantonees
min baau syu
 

ECOLOGIE EN DUURZAAMHEID

Doordat de vrucht zo geliefd is bij bepaalde diersoorten, is de nangka in het Tijuca Bos in Rio de Janeiro een plaag geworden.

De dieren, in het bijzonder de penseelaapjes en de coati's verspreidden de zaden niet alleen, hun populatie groeide gestaag.  Omdat ze zich ook voeden met eieren en jonge vogels, ging hun explosieve toename ten koste van de vogelstand.

Tussen 2002 en 2007 heeft het parkbeheer meer dan 55.000 nangkascheuten vernietigd met het oogmerk het ecosysteem weer in balans te brengen, verrast door de gebeurtenissen. De nangka was al in het midden van de 19e eeuw bij de ontwikkeling van het secundaire bos aangeplant.

GEZONDHEIDSASPECTEN

VOEDINGSSTOFFEN - GEZONDHEIDSRISICO'S

Een broodvrucht bestaat voor 70% uit water en voor een kwart uit koolhydrate. De vrucht bevat eiwit (1-2%) en een redelijke hoeveelheid vitamine C.

SAMENSTELLING PER 100 GRAM
RAUW PRODUCT

103
kcal
(430 kJoule)
1,1
gram
eiwitten
27,1
gram
koolhydraten
4,9
gram
vezels
11
gram
vet
0,2
gram
verzadigd
0,1
gram
transvet
18
mg
omega-3
48
mg
omega-6
VITAMINES
0,1
mg
vitamine B1
(9,1% ADH)
0,9
mg
nicotinezuur
(5,6% ADH)
½
mg
pantotheenzuur
(8,3% ADH)
0,1
mg
vitamine B6
(7,1% ADH)
14
µg
foliumzuur (B9)
(7% ADH)
29
mg
vitamine C
(36,3% ADH)
0,1
mg
vitamine E
(0,8% ADH)
½
µg
vitamine K
(0,7% ADH)
MINERALEN
17
mg
calcium
0,1
mg
koper
½
mg
ijzer
490
mg
kalium
25
mg
magnesium
0,1
mg
mangaan
2
mg
natrium
30
mg
fosfor
0,6
µg
selenium
0,1
mg
zink

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Breadfruit | Wikipedia (EN) Artocarpus altilis | Kew Royal botanic gardens Artocarpus altilis | People and plants of Micronesia Artocarpus altilis | FAO Ecocrop How many seeds in a seeded breadfruit ? | F.D. Bennett, 1987 Economic botany vol 41 p 370-374 Breadfruit, raw, nutritionfacts (voedingswaarde) | Nutritiondata.self.com