Ngô hiômi
Phaseolus vulgaris
Ngô hiômi
RECEPTEN MET Ngô hiômi
Ngô hiômi (BOBIMBI/DIVIDA) | Scorodophloeus zenkeri
 

Knoflooknoot (Ngô hiômi)

Ngô hiômi is de Bassa-benaming van een West-Afrikaanse boom die behoort tot de vlinderbloemfamilie van de bonen (Fabaceae). De vrucht van deze boom wordt knoflooknoot genoemd.

De Scorodophloeus zenkeri, die in de houthandel divida wordt genoemd, behoort tot een grote groep tropische bomen en lianen in de onderfamilie Caesalpinioideae of pauwbloemen. De onderfamilie Caesalpinioideae kent een aantal eetbare soorten, zoals de tamarinde (Tamarindus indica), de Kentucky koffieboom (Gymnocladus dioicus) en de Valse christusdoorn (Gleditsia triacanthos).

De Scorodophloeus zenkeri is één van de zeker vijftien plantensoorten in Equatoriaal Afrika die als vervanger van ui of knoflook gebruikt worden, waaronder de look-zonder-look (AIliaria oflicinalis), de witte krodde (Thlaspi arvense), duivelsdrek (Ferula assa-foetida) de Franse uiensoepboom (Toona sinensis), de Aziatische knoflookboom (Scordocarpus borneensis), de Afrikaanse knoflookbomen (naast de Scorodophloeus zenkeri, de Afrostyrax lepidophyllus en de Afrostyrax kamerunensis).

De Scorodophloeus zenkeri is een 25 tot 40 meter hoge boom, met samengestelde bladeren. Ieder blad wordt gevormd uit tien langwerpige, puntige blaadjes. De bovenzijde van het blad is groen en glanzend, de onderzijde mat en lichter van kleur. In het droge seizoen verliest de boom normaal gesproken zijn bladeren.

De boom draagt 10-14 centimeter lange bruine, gekrulde peulen, die bijna zwart worden wanneer ze drogen. Iedere peul bevat maar één of twee glanzend-bruine ronde zaden, met een doorsnede van zo'n 2 cm. Wanneer het zaad rijp is, springt de peul open en lanceert het zaad. Dat gebeurt in de maanden december en januari. De zaden worden daarom in de regel geraapt, niet geplukt.

Voor het pellen van de schors hoeft de boom niet gekapt te worden. In goed beheerd bos worden stukken schors eens per twee jaar verwijderd, zodat de boom zich kan herstellen. De schors wordt er ook beter van. Wanneer de bast te intensief wordt geoogst, kan dat tit de dood van de boom leiden.

De zaden worden gebruikt als specerij, net als de schors, de laatste veel vaker dan het zaad. Beide worden door de Bantoes en Pangwe traditioneel gebruikt als vervanger van knoflook. Het knoflookaroma wordt veroorzaakt door een zwavelhoudende stof, allicine, die ook in 'echte' knoflook voor komt. De geur wordt veroorzaakt door het natuurlijk afbraakproces van de thio-ester, die dient als afweermechanisme van de plant, dat wordt versneld door beschadiging (zoals bij het snijden van de knoflookteen) en door verhitting. Allicine heeft een laag kookpunt (23-25°).

VERKRIJGBAARHEID EN HOUDBAARHEID

De (gemalen) zaden zijn in Nederland bij verscheidene speciaalzaken verkrijgbaar, zoals bij de peperwinkel. Vanwege het zeer lage kookpunt van de allicine verdient het aanbeveling de specerij koel en van zonlicht verstoken te bewaren. Bijvoorbeeld in de koelkast (in goed gesloten verpakking).

GEBRUIK

Van de boom worden zowel het hout, de jonge scheuten, de bast, de bladeren als de zaden culinair gebruikt. Van de bast wordt bovendien een infusie gemaakt, als middel tegen constipatie, tegen rheumatische aandoeningen en hoofdpijn.

De zaden worden geroosterd alvorens ze te malen. Toepassingen zijn Mbongô Tchôbi (vis in zwarte saus) en Yaji (suya-peper), een specerijenmengsel op basis van gefrituurde pinda's.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De Scorodophloeus zenkeri is voor het eerst in 1901 beschreven aan de hand van bomen die Zenker in Bipinde in Kameroen ontdekte. Naar hem is de boom dan ook genoemd.

De Scorodophloeus zenkeri is één van de drie bestaande Scorodophloeus-soorten. De twee andere komen aan de oostkant van het continent voor, de Scorodophloeus fischeri in Kenia, Tanzania en op het eiland Mosambique, de Scorodophloeus torrei alleen op laatstgenoemd eiland. Behalve in Kameroen komt de Scorodophloeus zenkeri ook voor in andere delen van de Sub-Sahara: Gabon, Ghana en Centraal Congo, Oeganda, Angola, Togo en Siera Leone.

De boom groeit er in het wild, en wordt voor het hout gekapt. De grootste dichtheid wordt aangetroffen in het woud bij Kisangani in Congo. In het bosgebied van Ngovayang wordt de boom door over-exploitatie bedreigd. De knoflookboom is in de laatste jaren op kleine schaal nog geplant op koffie- en cacaoplantages in Kameroen.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

Lokale benamingen worden soms voor verschillende bomen gebruikt. Enkele van die benamingen zijn overgenomen uit verschillende citaten, maar moeilijk te verifiëren, met uitzondering van de vetgedrukte Kub dum of dum nkag (Bangangté), Ngô hiômi of mang hiômi (Bassa), Mba (Maka), Lelem kwôp of lelem kak (Mifi), Bobimbi (Douala), Olom, mbang olom (Ewondo) en bumba (Topoke). Vooral bobimbi is een veel gebruikte term in recepten.

VERTALING KNOFLOOKNOOT

engels
garlic nut
frans
rondelle
italiaans
 
spaans
 
duits
 
arabisch
 
hindi (india)
 
indonesisch
 
vietnamees
 
japans
 
chinees
 
 

RECEPTEN

BRONVERMELDING UPDATE APRIL 2017

Les Arbres à ail de l'Afrique équatoriale | A. Chevalier, Revue internationale de botanique appliquéen et d'agriculture africaine, 1947 (27) pp 22-25 La surexploitation du Scorodophloeus zenkeri | G.N. Abanada, 2011 La surexploitation du Scorodophloeus zenkeri Contribution à l’étude du développement d’un aliment fonctionnel à base d’épices du Cameroun | A.B. Armand, Jan 2009, These pour obtenir le grade de Docteur de L’INPL et Docteur Ph D de l’Université de Ngaoundéré, Université de Lorraine Scorodophloeus zenkeri | The plantlist Scorodophloeus zenkeri | Wikipedia (EN) Scorodophloeus zenkeri | PlantUse Scorodophloeus zenkeri | R. Lemmens e.o., Plant resources of Tropical Africa, Timbers 2 , 2012 PROTA Foundation, Wageningen ISBN 978-92-9081-495-5 Headspace aroma of 'wild onion trees' | A.M. Spanier, Food flavors and chemistry