Phaseolus
Peulvruchten (Fabaceae)
PHASEOLUS
PHASEOLUSSOORTEN
GEWONE BOON | PHASEOLUS VULGARIS

PHASEOLUS

De Phaseolus is een van oorsprong Amerikaans plantengeslacht uit de bonen- of vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) , met zeventig plantsoorten waaronder enkele commercieel heel belangrijke.

De Phaseolus is de leverancier van de populairste groente ter wereld, waarvoor wij in de Nederlandse taal geen eigen benaming hebben. De Italiaanse taal gebruikt voor de bonen uit dit geslacht wel een eigen naam, fagioli. De fagiolo behoort tot de belangrijkste eiwitbronnen voor de mens. Het eiwitgehalte van het zaad (boontje) bedraagt meer dan 20% van zijn eigen versgewicht.

De bekendste en wijdst verbreide boon uit het Phaseolus-geslacht is de gewone boon (Pharseolus vulgaris), waartoe bonensoorten behoren als de sperzieboon, de witte en de bruine boon, de nierboon (kidneybean) en de flageolet. De bonen groeien aan planten die een meter of drie hoog worden, waarvan veel soorten geleid dienen te worden.

De peulen van de gewone boon zijn 20-25 cm lang en bevatten rond een dozijn zaden. De peulen kunnen groen, geel, rood tot paars van kleur zijn, terwijl de zaden qua vorm ook qua kleur sterk uiteen lopen. Hoewel vooral de peulen en de zaden getegen worden, wordt in sommige landen, zoals in Indonesië, ook het blad gegeten.

Van een enkele wilde soort, zoals de Phaseolus ritensis, worden in Zuid-Amerika de peulen gegeten of voor medicinale toepassing gebruikt, drie Phaseolussoorten zijn voor voedsel gecultiveerd en op grote schaal verbouwd:

GEWONE BOON (PHASEOLUS VULGARIS)

De Phaseolus of gewone boon is een bonensoort met een groot aantal soms heel verschillende ogende en smakende rassen. Van sommige wordt de hele peul (sperzieboon), van andere alleen het (niervormige) zaad gegeten.

LIMABOON (PHASEOLUS LUNATUS)

De limaboon wordt onderscheiden in het Sieva-type, met grote zaden, en de Lima, met kleine zaden. Eén van de grootzadige limabonen is de geel-witte boterboon.

PRONKBOON (PHASEOLUS COCCINEUS)

Pronkbonen worden gesneden gegeten zoals snijbonen, welke ondanks die gelijkenis niet tot de pronkbonen maar tot de gewone bonen behoren. Er zijn rassen met en zonder 'draad'.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De Phaseolus komt van oorsprong uit een gebied in Equador en het noorden van Peru, en kent twee stammen. De soort is ontwikkeld langs deze twee stammen, de één in de zuidelijke Andes en de ander in Midden-Amerika.

De cultivatie dateert van zes millenia voor de jaartelling.

In de 16e eeuw is de boon door Spaanse en Portugese handelaren naar Europa gebracht en zowel in Afrika (Senegal) als Azië terecht gekomen.

De boon wordt wel armelui's vlees genoemd, omdat ze de belangrijkste eiwitbron zijn voor mensen die niet over vlees kunnen beschikken, of zich geen vlees kunnen veroorloven. Omdat ze gedroogd goed houdbaar zijn, en uitstekend geschikt zijn om te conserveren (in blik of in glas of diepgevroren) zijn bonen in de regel goedkoop te verkrijgen.

De belangrijkste producten van gedroogde bonen zijn Brazilië, Mexico, China en de Verenigde Staten. De laatste is met het Middellandse zeegebied de belangrijkste producent van verse bonen.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De geslachtsnaam Phaseolus is vanuit het Latijn (phaselus), via het Oud-Griekse φάσηλος (fasilos) ontleend aan het Arabisch al-fasoulia, dat (droge) groene bonen betekent.

De Azteken noemden de boon in het Nahuatl ayacotl en in het Quechua purutu. In de Romeinse tijd noemde men de puelen van de Dolichos longa fasellus, en de Vicia arachos. Deze laatste benaming inspireerde de Italiaanse botanicus in 1585 om de uit Zuid-Amerika overgekomen bonen van het Phaseolus-geslacht araco te noemen, waaraan het Franse woord haricot te danken is.

VERTALING BOON

engels
bean
frans
fayot, haricot, mongette
italiaans
fagiolo
spaans
frijol
duits
bohne
arabisch
 
hindi (india)
 
indonesisch
 
vietnamees
 
japans
ingen mame
chinees
 
 

GEZONDHEIDSASPECTEN

VOEDINGSSTOFFEN - GEZONDHEIDSRISICO'S

Bonen hebben de reputatie niet rauw gegeten te kunnen worden. Onomstreden is die opvatting niet, want het gaat in dezen om een eiwitsoort, lectine geheten. Deze stof kun je ook aantreffen in pinda's (ook een peulvrucht overigens), tomaten, noten en aardapelen, zelfs fruit.

Door eiwitten te verhitten, maak je deze beter verteerbaar, bovendien maak je daardoor de negatieve uitwerking van de lectinen onschadelijk. Deze kan bestaan uit misselijkheid, en in extreme gevallen, braken en diarree. Omdat de hoeveelheid lectine in jonge bonen gering is, kun je deze minder gaar eten dan oudere bonen, en zelfs rauw. Denk daarbij aan sperzieboontjes, peultjes, (jonge) doperwtjes en linzen.

In zijn algemeen is een kooktijd van 10 minuten voldoende, en verdient koken in water de voorkeur boven stomen. Slowcooking is sowieso geen aanrader voor de bereiding van bonen.

BRONVERMELDING UPDATE SEPTEMBER 2016

Phaleosus vulgaris (beans) | Plant sciences Phaseolus vulgaris (common bean) | Kew Royal botanic gardens Waarom rauwe bonen niet zoet zijn | Bruine bonen bende Phaseolus | Sturtevant, 19919 Notes on edible plants op Pl@ntuse Phaseolus | USDA National plant germplasm system