Néré
Peulvruchten (Fabeaceae)
NÉRÉ
NÉRÉ-PRODUCTEN OP OURFOOD 
GEDROOGD NÉRÉ ZAAD | PARKIA BIGLOBOSA

NÉRÉ

AFRIKAANSE SPRINKHAANBOON

De Néré is een peul die groeit aan de Afrikaanse sprinkhaanboom (Parkia biglobosa), een kleine tot middelgrote boom uit de vlinderbloemenfamilie Fabaceae.

 De naam sprinkhaanboom is van toepassing op de Johannesbroodboom (Ceratonia siliqua). Deze boom, op zijn Italiaans carrubio genoemd, groeit in het Middellandse Zeegebied en in Zuid-Amerika, waar hij geteeld wordt om er carobgom van te maken, een texturizer/stabilizer in de moleculaire keuken en de voedingsindustrie. Niet alleen de Parkia, maar ook andere bomen met gelijksoortige peulen worden wel sprinkhaanbomen genoemd (Gleditsia, Hymenaea en Robinia).

De Parkia biglobosa is een boom die 10 tot 20 meter hoog wordt, en een brede dichte kroon heeft. Hij wortelt diep en is daardoor een overlever, ook in de Soedanese savanna. Zelfs in droge perioden behoudt hij zijn bladeren. De zaailing groeit aanvankelijk betrekkelijk snel. Hij ontwikkelt zich in enkele jaren tot een boom die in het vijfde tot zevende jaar bloeit en vruchten (peulen) geeft.

Een Parkia biglobosa kan wel 100 jaar oud worden, en bereikt pas tussen zijn 30e en 50e levensjaar zijn maximale grootte.

De bladeren zijn fijn geveerd en 30 cm lang. De bloeiwijze is die van een ronde, rode bol, met een doorsnede van circa 5 centimeter. De bloemen hangen in clusters aan lange stelen, waardoor het gemakkelijk is voor vleermuizen om ze te bestuiven. Daar zorgen ook bijen, mieren en andere insecten voor.

De boom geeft ieder voorjaar, soms twee maal per jaar en ook in drogere jaren, een rijke oogst aan niet alleen voedingrijke maar ook zeer smakelijke paars-bruine peulen. Deze zijn een duim breed en - om in de lichaamstaal te blijven - een onderarm lang. De Afrikaanse sprinhaanboom geeft een heel seizoen vruchten, waarbij de eerste peulen rijp zijn voor het regenseizoen begint.

De peul bevat een oranje pulp (pericarp) met zaden. Het duizendtalgewicht van de zaden bedraagt 260 gram. Zowel de zaden als het pulp wordt gegeten. Het verse pulp is heerlijk zoet, en wordt gebruikt als snoeperij of als dessert. Het wordt gedroogd en tot een geel-wit poeder vermalen, om langer houdbaar te maken. Dit poeder, dat wel sikomu of daddawa wordt genoemd, wordt bijvoorbeeld over de rijst gestrooid.

De zaden worden zelden als verse bonen gegeten, maar merendeels gefermenteerd. Deze iru of dawadawa is een zeer voedzaam product, dat als smaakmaker wordt gebruikt, vergelijkbaar met het Zwitserse vegatine. De droge bonen worden geroosterd gebruikt als koffie-substituut.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De Afrikaanse sprinkhaanboom groeit in West-Afrika in de Sahel en in de Soedanese savanne, in een gebied dat zich uitstrekt van Senegal tot Soedan.

De boom groeit tussen de 5e en 15e breedtegraad, zowel in gebieden met een jaarlijkse regenval van 500 tot 800 mm (Sahel) als 2.200 mm, in Guinea Bissau. Hij komt er voor in negentien landen. Behalve op de savanne, staat de boom vaak in parken. De enige plek buiten West-Afrika waar de boom wordt verbouwd, is West-Indië

De teelt en bewerking van de bonen is kleinschalig. Onder meer in Mali wordt de boon fabrieksmatig verwerkt. dat is sowieso het geval met de veelvuldig op duikende - goedkopere - vervanger van de nélré, de sojaboon.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De Parkia zijn vernoemd naar de plek waar ze tweehonderd jaar geleden ontdekt en voor het eerst beschreven zijn, het Mungo park aan de de Niger in Nigeria.

In de Engelse taal heeft de boom talrijke benamingen, zoals monkey cultlass tree en two-ball nitta tree. De achtergrond van deze benamingen is onduidelijk.

VERTALING NÉRÉ

engels
african locust bean
frans
caroubier africain
italiaans
 
spaans
 
duits
 
arabisch
 
hindi (india)
 
indonesisch
 
japans
 
vietnamees
 
chinees
 
 

DUURZAAMHEID

Door zijn grote kroon werpt de Parkia veel schaduw. In die mate, dat deze nadelig is gebleken voor veel gewassen, met uitzondering van de teelt van chilipepers.

Waar de boom ook groeit, hij is zelden collectief bezit of deel van een plantage, maar veelal het individueel eigendom van een nabije dorpsbewoner. Het is persoonlijk kapitaal. De teelt van de néré wordt overigens vooral gecombineerd met de teelt van okra's en pinda's. De bladeren zorgen voor bodemverbetering.

De néré-peulen worden in landen als Burkina Faso door mannen geplukt (tot hoog in de boom) en hoofdzakelijk door vrouwen verwerkt. Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor de productie van de daddawa en de dawadawa, maar ook voor de vermarkting er van.

In Guinea wordt de boom bedreigt door ontbossing en kap voor brandhout. Lokaal poogt men het tij te keren door zich te organiseren en de bewustwording te versterken. Zoals op het Fouta Djallon Plateau waar de bewoners van 16 dorpen zich verenigd hebben, de zaden oogsten en verwerken tot soumbara, de Guinese naam voor irú. Ook willen deze bewoners de festivals in ere herstellen die ter ere van de néré werden gehouden. Dit initiatief is door Terre madre, waarin onder meer Slowfood participeert, obndersteund.

GEZONDHEIDSASPECTEN

VOEDINGSSTOFFEN - GEZONDHEIDSRISICO'S

De zaden (bonen) zijn zeer eiwitrijk (30%), bevatten 20% vet, 12% suiker, 15% zetmeel en 12% vezels, en dan nog vitaminen, waaronder vitamine C, en mineralen als ijzer (ca 15 mg per 100 gram) en calcium.

BRONVERMELDING UPDATE OKTOBER 2016

Locust bean | Lost crops of Africa, vol II Vegetables, 2006 p207 Locust bean gum (LBG, carob gum) | Molecular recipes The Locust Bean: An Answer to Africa’s Greatest Needs in One Tree | Nourishing the planet Parkia biglobosa | Wikipedia (EN/DU) Parkia biglobosa | Useful tropical plants Parkia biglobosa | World agroforestry naam | Prota4U, Plant resources of Tropical Africa, Wageningen