Cucumis
Groenten (Cucurbitaceae)
CUCUMIS
DE CUCUMIS-SOORTEN
KOMKOMMER

DE KOMKOMMERS

Het geslacht (Cucumis) behoort tot de meest geteelde groentegewassen over de hele wereld. Het is een geslacht uit de grote famie van komkommerachtigen, (Cucurbitaceae) met wereldwijd zo'n 50 soorten.

Cucumis omvat twee commercieel belangrijke soorten, de Cucumis sativus, waarvan de 'gewone' komkommer deel uit maakt en de Cucumis melo, de meloenen. Aan beide besteden we apart aandacht. Naast deze twee reuzen onder de komkommerachtigen zijn er enkele kleinere soorten, zoals de Cucimis agrestis (Wilde meloen), de Cucumis anguria (West-Indische augurk) en de Cucumis metuliferus (Kiwano).

BEREIDING

Komkommers worden op tal van manieren gegeten. Op het Europese continent is het gebruikelijk komkommer rauw of ingelegd (pickles) te eten en in mindere mate gestoofd. Dat is een geliefde bereidingswijze in China, India, Indonesië, Maleisië, waar men van gegaarde komkommer houdt. In India worden komkommers vaak gebruikt in curries en chutneys.

In sommige gedeelten van Azië worden de komkommerzaden afzonderlijk gegeten en wordt de olie uit de zaden gebruikt voor het koken. In Zuidoost-Azië kookt men de jonge bladeren en scheuten mee.

BEWAREN

Komkommers zijn maximaal 2 weken te bewaren op een koele plaats, maar niet in de koelkast en zeker niet in de diepvries. Komkommers worden snotterig van kou. Het verpakken van komkommer in folie voorkomt uitdroging.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

Komkommerachtigen zijn op verschillende momenten op verscheidene plaatsen in de wereld in cultuur gebracht. Van de pompoen bijvoorbeeld is bekend dat deze voor het eerst gecultiveerd werd in Zuid-Amerika, zo'n 8000-10.000 jaar geleden. Tijdens zijn eerste van vier reizen maakte Columbus kennis met de teelt van pompoen op de Bahama's en hij zou de vrucht van de Nieuwe wereld naar de Oude gebracht hebben.

De oudste afbeeldingen van meloenen (cucumis melo) dateren uit de Egyptische periode, op muurschilderingen, de oudste teksten zijn Chinese, gedateerd op 2.000 jaar voor Christus.

Er is uitgebreid interessant onderzoek gedaan naar de oorsprong van de 'komkommer', zoals het onderzoek naar het voorkomen van de Cucumis (komkommer én meloen) in de Occident (het westen) in de periode 1300-1458.

In de Materia Medica, het standaardwerk uit de eerste eeuw na Christus beschrijft de Romeinse arts onder keizer Nero, Dioscorides uitgebreid over wat sommigen interpreteren als de Cucurbita pepo: "The pulp of pépon is diuretic if eaten, but applied it alleviates inflammation of the eyes.". De plant als zodanig beschrijft hij echter niet.

Het Latijnse woord cucumis is bijna altijd verkeerd vertaald als komkommer. Zowel Lucius Junius Moderatus Columella als Plinius de Oudere, beschrijven de cucumis als harige, lange vruchten, vaak opgerold als een slang. Omdat komkommers kaal zijn maar jonge meloenen behaard, past hun beschrijving op de slangmeloen, de Cubirta melo flexuosus, waarvan hierboven een afbeelding uit de Tractatus de Herbis uit 1300. Harde bewijzen voor de teelt en de consumptie van komkommer vóór en tijdens de Romeinse periode tot 500 in Mediterrane landen is er niet. Wel werden jonge slangmeloenen op grote schaal geconsumeerd in een groot deel van de tropische en subtropische Oude Wereld, waar men ze vers, gepickled of gekookt at.

De enige zekerheid is dat de komkommer in het huidige Italië zijn intrede deed ergens tussen 500 en 1300 na Christus. Syrische, Perzische en Byzantijns-Griekse bronnen suggereren de aanwezigheid van komkommers ten oosten en noord-oosten van de Middellandse Zee (het huidige Iran, Irak en Turkije) rond de 6e of 7e eeuw. In Spanje kende men de komkommer vermoedelijk al in het midden van de 9e eeuw, in Andalusië met zekerheid al in de tweede helft van de 10e eeuw. In Zuid-Italië was dat ruim een eeuw later het geval. Dit wijst op een verspreiding over land vanuit Perzië in Oost-en Noord-Europa voorafgaand aan de islamitische veroveringen. Een tweede daaropvolgende verspreiding in West-en Zuid-Europa, was waarschijnlijk via een maritieme route uit Perzië of het Indische subcontinent naar Andalusië.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

Het Latijnse woord cucumis is bijna altijd verkeerd vertaald als komkommer. Zowel Lucius Junius Moderatus Columella als Plinius de Oudere, beschrijven de cucumis als harige, lange vruchten, vaak opgerold als een slang. Omdat komkommers kaal zijn maar jonge meloenen behaard, past hun beschrijving op de slangmeloen, de Cubirta melo flexuosus, waarvan hierboven een afbeelding uit de Tractatus de Herbis uit 1300.

Harde bewijzen voor de teelt en de consumptie van komkommer vóór en tijdens de Romeinse periode tot 500 in Mediterrane landen is er niet. Wel werden jonge slangmeloenen op grote schaal geconsumeerd in een groot deel van de tropische en subtropische Oude Wereld, waar men ze vers, gepickled of gekookt at.

De naam komkommer is ontleend aan het Franse concombre (13e eeuw) en het vroegere Franse komkobre (12e eeuw). Het Spaanse pepino is ontleend aan het Griekse pépon dat ook werd gebruikt in de Materia Medica uit de eerste eeuw na Christus.

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Cucumber, nutritionfacts (voedingswaarde) | Nutritiondata.self.com Cucumber (Cucumis vasitus) | Wikipedia (EN) Cetriolo (Cucumis vasitus) | Summa gallicana Etymologiebank komkommer | Etymologiebank.nl (M. Philippa, Etymologisch Woordenboek van het Nederlands) A cook's guide to Chinese vegetables, Martha Dalen, 1992 ISBN 0 948500 09 3 Medieval herbal iconography and lexicography of Cucumis in the Occident, 1300-1458 Harry S. Paris e.a. in Annals of botany sept 2011 108(3) pp471-484, PMCID:PMC3158695 White heirloom cucumbers | In tune with nature Nieuwe witte komkommer uit Almeria | AGF.nl Plant database | The plantlist, Royal Botanic Gardens, Kew and Missouri Botanical Garden