Cucumis melo
Suikermeloenen
CUCUMIS MELO
MELO VARIËTEITEN
HAUT POITOU IGP | FRANKRIJK

CUCUMIS MELO (SUIKERMELOENEN)

De suikermeloenen zijn een vruchtendragende plantensoort uit het komkommergeslacht Cucumis, uit de grote familie van komkommerachtigen, (Cucurbitaceae) met wereldwijd zo'n 70 soorten.

Het geslacht Cucumis omvat twee commercieel belangrijke soorten, de Cucumis sativus, waarvan de 'gewone' komkommer deel uit maakt en de Cucumis melo, de meloenen. Aan beide besteden we apart aandacht. Naast deze twee reuzen onder de komkommerachtigen zijn er enkele kleinere soorten, zoals de Cucumis anguria (West-Indische augurk) en de Cucumis metuliferus (Kiwano).

De Cucumis melo wordt naar gebruik onderscheiden in:

  • de als groente gebruikte Armeense komkommer en de splijtmeloen of (Indiase) Phut meloen;
  • de voornamelijk als fruit gebruikte Cantaloupe-achtigen, net- en wintermeloenen

In botanisch opzicht is de Cucumis melo aanvankelijk (1859, Naudin) in zes groepen onderscheiden, tegenwoordig wordt vaker gesproken in termen van een zevental variëteiten, de cantaloupensis, de reticulatus, de saccharinus, de inodorus, de flexuosus, de conomom en de dudaim (1998, Guis). Beider indeling wordt bij de benoeming van meloenen naast elkaar gebruikt.

CUCUMIS MELO VAR CANTALUPENSIS

Deze vanaf de 18e eeuw ontwikkelde meloenvarIëteiten zoals de Charentais hebben geen net, zoals de Galia en de Amerikaanse cantaloupes.

CUCUMIS MELO VAR RETICULATIS

Tot dit soort behoort onder meer de Amerikaanse cantaloupe, met zijn zeer geprofileerde net, en de Galia . De schil kan geribde of glad zijn.

CUCUMIS MELO VAR INODORUS

Wintermeloenen, dat wil zeggen meloenen die in de zomer groeien en aan het einde van de zomer tot de vroege winter geoogst worden. Vereisen minstens 110 dagen zonder vorst. Hiertoe behoren de honeydew, de kanariemeloen, de casaba en de crenshaw.

CUCUMIS MELO VAR AGRESTIS

Van de wilde soort worden de vruchten niet gegeten, tot de gekweekte soorten behoort de Koreaanse variëteit makuwa, die in het Koreaans overigens chamoe heet.

CUCUMIS MELO VAR MOMORDICA

Tot deze soort behoort de phut of splijtmeloen, een Indiase meloensoort. Jonge phut wordt net als de Armeense meloen als groente gebruikt.

CUCUMIS MELO VAR FLEXUOSIS

De Armeense meloen of slangenmeloen wordt uitsluitend als groente gebruikt, en smaakt onrijp naar komkommer, zoals de puth en de carosello.

CUCUMIS MELO VAR CONOMON

Kleinere Indiase inmaakmeloenen, waaronder als de dosakai of dosakaya (Cucumis melo var chito) met wit vruchtvlees. Deze meloenen zijn in de regel niet zoet. Sommige soorten echter wel, deze worden met schil en al gegeten. In India zijn vooral de gele exemplaren geliefd.

CUCUMIS MELO VAR DUDAIM

De parfummeloen, ook wel mangomeloen genoemd, is een kleine soort, met wit, enigszins slijmerig  vruchtvlees en een zuurtje. De 'Tigger' wordt in het Nederlands de tijgermeloen genoemd.

CUCUMIS MELO CONVAR ADZHUR

Komkommermeloenen smaken als komkommers. Ze worden al na 6 tot 7 weken geoogst, wanneer ze een centimeter of 10-12 groot zijn. Het archetype van deze adzhur- ook wel chatemeloen genoemd, is de carosello.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De oorsprong van de Cucumis melo is onbekend, Uzebkistan is het meest waarschijnlijk. In Uzbekistan komt nog altijd de bitter-zure wilde meloen (Cucumis agrestis) voor, maar ook elders.

Men veronderstelt dat de vrucht al vier- wellicht vijfduizend jaar geleden in Iran, het vroegere Perzië verbouwd werd. Waarschijnlijk geen zoete variant, maar een komkommerachtige meloen zoals de Armeense meloen. Hoewel ook India als de bakermat wordt genoemd, lijkt het aannemelijker dat de gecultiveerde meloen uit Centraal-Azië komt, hetzij uit Uzbekistan, hetzij Armenië of toch Iran.

De eerste afbeeldingen er van verschijnen op wandschilderingen in het Oude Egypte, de eerste beschrijvingen dateren van 2.000 jaar voor Christus uit China.

Net als de veel aangehaalde Ibn Battuta, een Marokkaans ontdekkingsreiziger uit de 14e eeuw, beschrijven veel Arabische auteurs al in de 9e eeuw al de levendige handel vanuit Khorez in het westen van Uzbekistan met landen als Irak, China en India.

Voor die tijd werden meloenen alleen voor lokaal gebruikt geteeld, werden rijp geplukt en waren daardoor kort houdbaar. Om het transport over afstand mogelijk te maken, werden meloenen daarom gedroogd. Om de vruchten te laten overwinteren werden ze aan touwen opgehangen in goed geventileerde schuren, een bewaarmethode die men er nog altijd kent, net als gedroogde meloen overigens. Meer over dit onderwerp kunt u lezen in het artikel over de Uzbeekse meloenen, over de Mirza meloen in het bijzonder.

In de 11e eeuw werd meloenzaden vanuit de Khoresz (Uzbekistan) naar Spanje (Andalusië) gebracht, en in de 15e eeuw vanuit Armenië naar Italië. Dat laatste werd paus Paulus II fataal. Hij oveleed aan een 'overdosis' van zijn geliefde vrucht.

De in Spanje geïntroduceerde suikermeloenen werden in de Middeleeuwen al verbouwd op de de keizerlijke landgoederen en in de kloostertuinen. De suikermeloen werd opgenomen in de Capitulare de villis, waarin deze 'pepones' wordt genoemd. De Capitulare de villis is een verordening uit het begin van de 9e eeuw, waarin Karel de Grote voor schrijft hoe de keizerlijke landgoederen moeten worden ingericht, gebruikt en beheerd.

De teelt en handel in meloenen is inmiddels mondiaal. In combinatie met betere transportmogelijkheden en bewaartechnieken resulteert dat in een product dat het hele jaar door verkrijgbaar is, veelal in de vorm van halfrijpe producten, die op de plaats van bestemming na moeten rijpen.

VERTALING SUIKERMELOEN

engels
muskmelon
frans
melon
italiaans
melone
spaans
melón
duits
zuckermelone
indonesisch
 
japans
 
vietnamees
dưa bở
chinees
tian gua 蜜瓜
kantonees
tim gwaa
 

GEZONDHEIDSASPECTEN EN VOEDINGSTOFFEN

Meloenen zijn rijk aan vitamine C en wanneer ze oranje vruchtvlees hebben aan beta-caroteen (vandaar de kleur).

Meloenen bevatten zoals alle komkommerachtigen veel water (rond 90%), en zijn niet bijster vitaminerijk. Daar staat tegenover dat meloenen weinig energie bevatten, niet bepaald dikmakers zijn. Meloenen zijn moeilijk verteerbaar, en hebben een laxerend effect.

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Cucumis melo | G. Kalloo, Genetic improvement of vegetable crops, 1993 Pergamom Press ISBN 0 08 040826 5 Plant database | The plantlist, Royal Botanic Gardens, Kew and Missouri Botanical Garden Muskmelon | Wikipedia (EN/FR) Cucumis melo subsp melo | Wikipspecies Nomenclature in domesticated and wild Cucurbiteae | G. Nesom, 2011 Toward consistency of taxonomic rank in wild and domesticated Cucurbitaceae, Phytoneuron maart 2011 Transformation of galia melon to improve fruit quality | H. Gordon Nuñez-Palenius, 2005 Dissertation, University of Florida In search of Ibn Battuta's melon | Eric Hansen Aramcoworld ©2015 Nov, Photography Uzbekistan naam | R. Mavlyanova e.o. O'zbekistan qouvunlari (melons of Uzbekistan) 2005, IPGRI Rome, ISBN 978-92-9043-711-6