

De Basellafamilie is een kleine familie met slechts vijf plantensoorten, waarvan er drie eetbaar zijn. Naast deze Malabar spinazie dat de Maderia wijnstok (Anredera cordifolia), en de olluco. Van beide eerste worden de bladeren en van alle (ook) de wortelknollen gegeten.
Het plantengeslacht Basella is een geslacht uit de Oude Wereld. Één van wordt op grote schaal in de tropen geteeld, en is langs die weg terecht gekomen in de Nieuwe wereld waar hij op sommige plaatsen genaturaliseerd is., deze Malabar-spinazie.
Van nature komt de Basella alba voor in de laaglanden van de Indiase Malabarkust, vandaar zijn benaming. Het is een meerjarige klimplant. De lianen kunnen een lengte van wel tien meter bereiken. De boer zal volstaan met een rekwerk van 3 meter om de bladeren, het eertbare gedeelote, te kunnen oogsten. De bladeren zijn hartvormig, 5 tot 15 cm lang en 4 tot 13,5 cm breed. De stelen zijn sappig. Bassela alba heeft groene stelen, Bassela rubra met rode stelen en dieprode besjes.
Die besjes van de rode Malabar spinazie, worden gebruikt als natuurlijke paars-rode kleurstof voor voedsel en kleding, en voedsel. Culinair zijn de besjes nauwelijks van betekenis, ze hebben weinig tot geen smaak, maar worden desondanks gebruikt om vullingen voor gebak - voor de kleur vooral. 1)
De teelt van deze plant vindt zowel 'geleid' als 'vlak' plaats, in de koude grond en in de kas. De eerste bladeren kunnen al een maand na aanplant geoogst worden. Dat kan eenmalig, waarbij de scheuten van 15-25 cm vlak boven de grond worden afgesneden, of meerdere keren, waarbij alleen jonge bladeren en scheuten worden geoogst. Dat gebeurt dan om de week. Het voordeel van regelmatig oogsten is dat de bloei dan geremd wordt en de vorming van zijscheuten gestimuleerd. Deze zijscheuten worden - tenzij direct geoogst - ondersteund met latten.
Wat de bloeiwijze betreft, de vrij kleine, hermafrodiete bloemen zijn wit, rood, roze of paars van kleur. Ze ontwikkelen zich tot ongeveer 6 millimeter grote, glanzende, paarsorde of witte steenvruchten. De plant bloeit van mei tot september en de vruchten rijpen van juli tot oktober.
Veel bronnen karakteriseren Malabar spinazie als 'slijmerig', maar die ervaring heb ik zeker niet. Het gare blad heeft een ietwat plakkerige, romige textuur, niet onplezierig zoals okra kan zijn, met een smaak die lijkt op die van postelein.
De blaadjes zijn iets te bitter om rauw in salade verwerkt te worden, maar kunnen prima gekookt, gestoofd en roergebakken worden. De blaadjes en de stengels scheiden! De laatste kunnen licht verhout zijn en vragen beduidend langere kooktijd, om die ook gaar te krijgen, zou de blaadjes laten verpieteren! Pluk de blaadjes daarom met zo min mogelijk stengel en verhit ze slechts enkele minuten, niet langer dan nodig. Begin met de toevoegingen, dat kunnen shi-i-takes zijn, knoflook, chilipeper, gember, nootjes (pinda's of kemiri), ui, en verhit daar de blaadjes in, die je op de grotere bladen na niet hoeft te snijden, ze slinken nogal.
Tip: voeg er pas zodra de blaadjes en hun steeltjes gaar zijn vloeibare smaakmakers aan toe, zoals wat zoete soja, plum sauce (!), mirin - niet allemaal tegelijk! - en maak op smaak af met sesamolie en sesamzaad. Kijk vervolgens of je er nog zout en peper aan tioe moet voegen.
Wanneer je het blad gebruikt in een curry of soep zul je merken dat het blad bindt.
Malabar spinazie is kort houdbaar, vergelijkbaar met de houdheid van reguliere spinazie. Invriezen kan, maar doe het met beleid, d.w.z. droog ze af nadat je het blad gewassen hebt om nog iets van het blad over te houden. Eenbmaal ingevroren 'malabar' kun je eigenlijk alleen in soepen en sauzen gebruiken.
In een waterput in Chaganacherry in Kerala, in het westen van India zijn fossiele pollen gevoinden van een Basella. Ze zijn afkomstig uit het Pleistoceen, toen hier een warm en vochtig klimaat heerste en het zeewater hoger stond dan nu. Vermoedelijk zijn deze pollen, zeer verwant aan die van de Basella alba, van een tot dusver onbekende - wereldwijd uitgestorven - plantensoort, naar de vindplaats Basella keralensis genoemd. 2)
De Bassela alba is genaturaliseerd in China, tropisch Afrika, Brazilië, Belize, Colombia, West-Indië, Fiji en Frans-Polynesië.
Linneaus publiceerde de familienaam Bassellaceae, het geslacht Basella en de soort Basella alba in zijn werk Species Plantarum (1753) p 272 . De naam Basella was al eerder gepubliceerd door de Vlaming Henricus van Rhede tot Drakestein in zijn botanisch werk Hortus Malabaricus (1686) p 45, waar hij de (latere) Basella alba Basella noemde, naar de naam die de plant in Malabar had, die hij op zijn 'Belgisch' beetklim noemt
NutriDe gehoornde klaverzuring bevat veel vitamine C, maar ook oxaalzuur. Het gehalte aan oxaalzuur ligt tussen 70 en 120 milligram per 100 gram, beduidend minder dan rabarber en spinazie. Niet direct alarmerend, maar voor mensen die gevoelig zijn voor oxaalzuur reden om er voorzichtig mee te zijn, ze sowieso te schillen, of het eten ervan te mijden.