
De Madeira wijnstok is een vurig klimmer, die normaal gesproken zo'n 10 meter hoog wordt, maar een respectabele hoogte van wel 40 meter kan bereiken, wanneer hij zich aan een forse boom op kan trekken. De plant klimt door zich rond de boom te slingeren. De stam en de stengel zijn verhout om het grote gewicht van de stengels, de bladeren en de knollen te kunnen dragen die aan de luchtstengels (-wortels) groeien. Desalniettemin breken er vaak takken af, die bezwijken onder het gewicht van de wel duizenden knollen, die lijken op de aardappelyam, maar niet eetbaar zijn.
Het is een groenblijvende plant, met bladeren die van een vetplant zouden kunnen zijn, maar de wijnstok is dat niet. De bladeren zijn hartvormig en glanzend. De kleinste bladeren zijn een centimeter of 2,5 en de grootste 10 cm of meer. De plant draagt trossen met roomkleurige bloemen, die in de regel en centimeter of tien groot zijn.
De plant bloeit in de herfst. De bloemen groeien in trossen die in de regel een centimeter of tien lang zijn. De bloemen zelf zijn klein, en ruiken als appelbloesem. Ze zijn wit. Hoewel de plant bloemen heeft, vormt ze zelden zaad, en is ze voor de reproductie aangewezen op de knolletjes die aan de luchtstengels groeien, en op de wortels (rhizomen).
De plant gedijt in gebieden waar de temperatuur in het warme seizoen tussen 20 en 30° schommelt, en gedurende het koude sezioen tussen 10 en 30° Wanneer het kouder wordt, sterven de wortels ogenschijnlijk af , om te 'herleven' zodra het weer warmer wordt.
.Het blad is hier niet in de handel, de plant wel, rest je niets anders dan deze (op het balkon) te verbouwen. Let op, de plnat heeft een invasief karakter.
Behalve de bladeren zijn ook de wortels eetbaar, de 'vliegende aardappelen' volgens enkele bronnen ook, volgens de meeste echter niet.
De bladeren zijn sappig, maar licht slijmerig, en worden zowel rauw als gekookt gegeten. Ze worden bereid zoals spinazie.
De wortels worden als aardappelen bereid, maar kunnen ook rauw gegeten worden. Ze doen denken aan de Jerulasem artisjok. Hij is knapperig, althans in het begin, want wanneer je er langer op koud verandert de positieve ervaring in een negatieve, doordat de wortel slijmerig wordt. Die eigenschap verliest de wortel wanneer hij gekookt wordt.
Beperkt houdbaar in de koelkast.
De verspreiding van de plant is veel later begonnen dan de zestiende eeuw, toen de Europeanen hun Nieuwe Wereld ontdekten. Aan het begin van de negentiende eeuw werd de plant in de Verenigde Staten geïntroduceerd en enkele decennia later in Engeland. Van daar uit verspreidde de plant zich over Europa in oostelijke richting, tot aan Servië.
De soortnaam Anredera is afgeleid van het Spaanse woord enredadera, dat klimplant betekent. Cordifolia komt uit het Latijn, en betekent hartvormig (het blad).
Naast de hier gebruikte Nederlandse benaming wordt de plant ook wel Peruviaanse postelein genoemd, omdat het blad net als dat van de verwante Malabar spinazie als postelein smaakt. Het Japanse okawakame betekent zeewier (wakame) van het land. Men verbouwt de plant daar voor gebruik als groente in het klein op het balkon.
In warme en vochtige regio's kan de plant een groeisnelheid van wel 1 meter per week bereiken, en 6 meter in een enkel groeiseizoen. De bestrijding is moeilijk doordat de plant zich zowel met de bovengrondse knollen als met de wortels vermeerdert.
Op veel plaatsen is de plant begonnen als sierplant ontsnapt met het groenafval, waarin de knollen, die meer dan een jaar actief blijven, en door hun grote aantal, onvermijdbaar nieuwe planten vormen.