Karwij
Kruid (Apiaceae)
KARWIJ
 
KARWIJ | CARUM CARVI

KARWIJ

Karwij (Carum carvi) is een bloeiende plant uit de familie van de schermbloemachtigen Apiaceae, waarvan hoofdzakelijk de gedroogde splitvruchtjes worden gegeten. De jonge blaadjes worden rauw (in salades) gegeten.

De karwijplant is een rijkt vertakte plant met gesegmenteerde geveerde blaadjes, vergelijkbaar met de blaadjes van komijn en venkel De plant wordt 40-60 cm hoog. Karwij heeft kleine wit-rose bloempjes en draagt splitvruchten welke wij in het spraakgebruik karwij'zaden' noemen.

Karwij houdt van warme, zonnige standplaats.

VERKRIJGBAARHEID EN AANKOOP

Verse karwij is niet of nauwelijks verkrijgbaar, karwijzaad (heel en gebroken) wel. Wortels eetbaar en verkrijgbaar ?

OORSPRONG EN VERSPREIDING

Karwij wordt al voor de jaartelling verbouwd in Klein-Azië, en is populair bij de Romeinen die er melkbrood mee maakten.

Beschrijvingen van karwij en de betekenis en het gebruik van karwij zijn schaars, hoewel schrijvers als Dioscorides karwij vaak neomden. In de Middeleeuwen was karwij een heel geliefd kruid in Engeland, Schotland, Scandinavië en bij onze Oosterburen en hun oosterburen, tot aan Rusland.

Hoewel karwij op tal van plaatsen in de wereld voorkomt, van Siberië tot India en van perzië tot Noord-Afrika, wordt karwij maar in een beperkt aantal landen commercieel verbouwd. Één van de grootste karwij-producenten is vreemd genoeg Finland, niet bepaald een land dat je met de optimale groei-omstandigheden (warm en zonnig) zou associëren. Dat karwij er desondanks zo goed gedijt, dankt Finland aan zijn lange, zonnige dagen, en het korte groeiseizoen van karwij, net als komijn 100-200 dagen. Karwij-variëteiten zijn vernoemd naar de regio waar ze zijn ontstaan en worden verbouwd, zoals Nederlandse, Duitse en Finse karwij.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De botanische geslachtsnaam zou ontleend zijn aan de Arabische karãwiyã, hoewel Plinius suggereert dat de naam zou zijn afgeleid van het Oud-Anatilsche karwuwa, de naam van de streek Caria, waar volgens hem karwij zijn oorsprong zou hebben.

De Nederlandse benaming is vermoedelijk in de 11e eeuw ontleend aan het latijnse carvi. Andere Nederlandse benamingen zijn wilde komijn, weidekomijn of -vaak gebruikt- kummel, een leenwoord uit het Duits. De verwarring met komijn is soms erg groot, zelfs in die mate dat sommige landen maar één woord hebben voor komijn en karwij, al dan niet in combinatie met een bijvoeglijk naamwoord.

VERTALING KARWIJ

engels
caraway, wild cumin
frans
cumin des prés
italiaans
cumino del prati, carvi
spaans
comino de prado, alcaravea
 

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Nutritional attributes of herbs | Crop & Food Research Confidential Report No. 1891, L.J. Hedges & CE Lister, april 2007 Apiaceae | Wikipedia (EN) Plant database | The plantlist, Royal Botanic Gardens, Kew and Missouri Botanical Garden Caraway | Gernot Katzers's Spice pages Etymologiebank karwij | Etymologiebank.nl (M. Philippa, Etymologisch Woordenboek van het Nederlands) Caraway | Botanical.com