Peen
groenten (Apiaceae)
BOS-, WAS- en WINTERPEEN
 
BOSPEEN | DAUCUS CAROTA SATIVUS SSP SATIVUS
PEENSOORTEN

BOS, WAS- EN WINTERPEEN

Peen, of het nu bos-, was- of winterpeen is, is de verzamelnaam voor de gecultiveerde wilde peen, en wordt gebruikt voor alle nazaten van deze Daucus carota ssp afghanicus, in het bijzonder de Europese oranje peen.

De eerste cultivar van de wilde peen, Daucus carota ssp afghanicus of Oosterse zwarte peen genoemd, was donker van kleur. Door deze te kruisen met de Zuid-europese (Anatolische) grote peen, (Daucus carota ssp maximus) zou in de 17e eeuw de oranje peen ontstaan zijn. Beide cultivars af van de wilde peen (Daucus carota), een plant uit de familie van de schermbloemachtigen Apiaceae.

In de huidige penen is de oorspronkelijke bitterheid van de wilde peen volledig weggekweekt. Aanvankelijk was men vooral geïnteresseerd in de geur en in de medicinale eigenschappen, en als veevoer. Pas in het begin van de 20e eeuw raakte de wortel als voedsel in zwang. Het blad wordt zelden gegeten, in tegenstelling tot de bladeren van verwante gewassen als koriander, peterselie en selderij.

De peen is een tweejarige plant met licht behaarde stengels. Hij wordt zo'n 30 cm hoog en bloeit van mei tot oktober. Hij groeit in het eerste jaar in rozetvorm en vormt zijn penwortel. In het tweede jaar ontwikkelt de plant zich in de hoogte en slaat zijn voorraad op in de wortel, die verdikt. De meeste bouwstoffen bevinden zich in de schil. Het hart van de wortel bevat relatief weinig caroteen, en is daardoor lichter van kleur dan de schil.

Er zijn twee variëteiten, de sativus, die overal ter wereld verbouwd wordt behalve in Azië , met oranje, geel of wit 'vlees' en met scherp ingesneden geel-groene bladeren, en de atrorubens, het meest geteeld in Azië meestal met paars of geel vlees, en groene weinig ingesneden bladeren.

In Europa alleen al zijn ruim 500 peen-cultivars beschreven die qua vorm, van cylindrisch tot bijna rond, kleur en maat kunnen verschillen. De Europese vroege (lente)teelt wordt al na 70-90 dagen geoogst. De zomerpeen wordt na 110-135 dagen geoogst en de late peen na 170-220 dagen. De peen, met een minumum lengte van 10 cm, wordt in ons land gesorteerd in vier klassen:

  • schaaltjespeen, 20 mm ø, 50 gram tot 38 mm ø 200 gram per stuk,
  • B-peen, 20 mm-50 gram tot 42 mm-250 gram,
  • C-peen, 40 mm-200 gram tot 60 mm-400 gram,
  • D-peen, vanaf 60 mm-400 gram.

In ons land worden penen in ruggen, zoals we kennen van de teelt van asperges en witlof. In de bioteelt gaat dat als volgt: eerst worden de ruggen in april gemaakt, en krijgen die 3 weken rust. Dan wordt het opgekomen onkruid weggebrand, wordt de rug beregend en ingezaaid. Zodra het peenzaad opkomt ondergaat de rug een mechanische behandeling om klein onkruid te verwijderen en wordt de rug versmald en met verse aarde aangevuld. Daarna nog eenmaal handmatig gewied. Zodra het loof de grond bedekt, blijft nieuw onkruid uit, en is het wachten op de oogst, die in oktober plaats vindt [bron: Landgoud].

VERKRIJGBAARHEID EN AANKOOP

Peen is met en zonder loof verkrijgbaar. Het loof is een teken van versheid, heeft op zich niets met de type teelt te maken. het seizoen van peen met loof duurt mei tot november, voor wat betreft bospeen van Nederlandse afkomst. Waspeen is het hele jaar door verkrijgbaar, zonder loof. Let bij aankoop van peen op de kleur van de kop, deze mag niet groen zijn, de stevigheid van de wortels (deze mogen niet slap zijn) en de kleur van het loof (die mag niet geel zijn)

GEBRUIK EN BEREIDING

De bospeen kan rauw gegeten worden en is geschikt voor alle bereidingen. Er wordt ook (wortel)sap van gemaakt. Verwijder het loof, wanneer je de peen wat langer wilt bewaren. Was de peen 'met de klomp', een oude traditie waarbij met de wortel met behulp een klomp in ruim water werden omgeroerd om het zand te verwijderen.

 

Wanneer de penen zandvrij zijn, wat tegenwoordig meer regel dan uitzondering is, volstaat het de penen goed te wassen, en hoeven ze zelfs niet geschild of gewassen te worden. Daardoor maak je maximaal gebruik van de waardevolle voedingsstoffen in de schil.

BEWAREN

Bospeen (met loof) kun je in de koelkast maximaal twee dagen goed houden. Zonder loof veel langer, tot twee weken.

SOORTEN PEEN

Tot dusver was de oranje peen in ons land het gezicht van deze groente, maar sinds enkele jaren is er een toenemende belangstelling voor de minstens zo interessante oude variëteiten, waaronder de gele en paarse penen:

PARIJSE MARKT

Parijse markt of Parijse broei is een bol, zoet worteltje, dat veelal op contractbasis voor de conservenindustrie wordt verbouwd. Ze worden volvelds geteeld, vanaf april gezaaid en na 100 dagen geoogst.

PAARSE PEEN

Deze peenrassen lijken het meeste op de Afghaanse voorouder. Paars van buiten, oranje of geel van binnen, bevatten ze meer caroteen dan de oranje peen.

GELE PEEN

Deze gele peen is de Gelbe Möhr, een geliefde peensoort in Duitsland.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De geschiedenis van de gecultiveerde peen is nauw verbonden met de geschiedenis van zijn voorouder de wilde peen, die van oorsprong uit Perzië komt.

Lange tijd was de peen weliswaar populair en werd hij geroemd om zijn voedingswaarde, maar was hij bitter, zoals de wilde peen. Het duurde zeker tot de 17e eeuw voor de bittere gele wortel die peen werd genoemd (spreek uit: pee-en) zijn zoete, oranje opvolger had. Niemand durft er zijn hand voor in het vuur te steken, dat de bewering juist is, dat de oranje peen een Nederlandse of Nederlands/Vlaamse uitvinding is, maar aannemelijk is het wel.

In 1721 wordt deze voor het eerst beschreven, de vroege Hoornse halflange, voorouder van vrijwel iedere moderne peen. Vernoemd naar het Noord-Hollandse Hoorn waar hij, vermoedelijk in Zwaagdijk, verbouwd werd. Naar het schijnt is deze oranje peen een eeuw eerder al op de (Amsterdamse) markt verschenen.

Het lijkt in contrast met het gegeven dat peen in de Boerenoorlog uitsluitend aan de paarden gevoerd. In de daar op volgende Eerste wereldoorlog is de wortel nog 'ersatz', een substituut voor graan in het recept voor 'Kriegsbrot'. Eigenlijk begint dan pas de wereldwijde opmars van de (oranje) peen.

Vergeten, herontdekt, nooit doorgebroken ? Wie zal het weten. Intussen is de peen in Europa wel de na de tomaat meest verbouwde groente, met een aandeel van ruim 8% van alle groenteproductie. De grote producenten zijn China, Rusland, de Verenigde Staten en Polen. Nederland is een relatief kleine speler.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

De botanische naam is het Griekse woord voor wortel (daucus). Carota betrekent 'saffraankleurig', een woord dat pas sinds de 15e eeuw wordt gebruikt.

Het Nederlandse woord peen is afgeleid van het 15e eeuwse pee, in meervoud peden, wat (gele) eetbare wortels betekende, dus peen als meervoudsvorm. Mogelijk is de oorsprong van het woord het Franse pied, dat voet betekent.

Het woord peen is altijd gebruik voor het aanduiden van een gele wortel, tot oranje peen zijn intree deed.

VERTALING PEEN

engels
carrot
frans
carotte
italiaans
carota
spaans
zanahoria
duits
karotte, mohrrübe
indonesisch
wortel
japans
 
vietnamees
cà rốt dại
chinees
 
kantonees
 
 

GEZONDHEIDSASPECTEN

VOEDINGSSTOFFEN - GEZONDHEIDSRISICO'S

Peentjes bevatten caroteen, een onverzadigde verbinding die behoort tot de carotenoïden, een groep gele en rode kleurstoffen. Behalve dat het een kleurstof is, is caroteen een waardevolle voedingsstof (anti-oxydant).

Caroteen komt niet exclusief in peen voor, zelfs niet alleen in de wortel van de peen, maar is wel naar de groente (carota) vernoemd. Β-caroteen wordt in het lichaam omgezet in vitamine A.

Behalve caroteen, overwegend α- en β-caroteen, bevat de peen suiker en vruchtenzuren zoals appel- en citroenzuur. peen is rijk aan vitamine C, kalium en ijzer.

SAMENSTELLING PER 100 GRAM
RAUW PRODUCT

41
kcal
(170 kJoule)
0,9
gram
eiwitten
9,6
gram
koolhydraten
2,8
gram
vezels
4,7
gram
waarvan suikers
0,2
gram
vet
0,1
gram
meervoudig onverzadigd
2,0
mg
omega-3
115,0
mg
omega-6
VITAMINES
5512
µg
vitamine A
(689,1% ADH)
0,1
mg
vitamine B1
(9,1% ADH)
0,1
mg
vitamine B2
(7,1% ADH)
1,0
mg
nicotinezuur
(6,3% ADH)
0,3
mg
pantotheenzuur
(5,0% ADH)
0,1
mg
vitamine B6
(7,1% ADH)
19,0
µg
foliumzuur (B9)
(9,5% ADH)
5,9
mg
vitamine C
(7,4% ADH)
0,7
mg
vitamine E
(5,8% ADH)
13,2
µg
vitamine K
(17,6% ADH)
MINERALEN
33,0
mg
calcium
0,3
mg
ijzer
320
mg
kalium
12,0
mg
magnesium
0,1
mg
mangaan
69,0
mg
natrium
35,0
mg
fosfor
0,1
µg
selenium
0,2
mg
zink

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

Carotte | Wikipedia (FR/NL/EN/DU) Peen | Etymologiebank M.Philippa, Etymologisch woordenboek van het Nederlands Biologische teelt winterpeen | Landgoud Origin of the European cultivated carrot | O. Banga, 1956, Institiute of horticultural breeding LU Wageningen in Euphytica 6 (1957) Springer link Daucus carota | Volkoomen