Gans
Gevogelte (Anatidea)
GANS
DE GANZEN
GROUSE

GANS

De gans is een zwemvogel uit het de familie van de eendvogels (Anatidea), waartoe ook de eenden en zwanen behoren. De familie behoort tot de orde van de Anseriformes net als drie soorten hoenderkoeten (Anhimidae) en de ekstergans, de enige nog levende soort in de Anseranatidae-familie.

De familie van de eendvogels omvat 170 vogelsoorten en is daarmee veruit de grootste familie in de orde. Vogels uit verscheidene geslachten worden gans genoemd, net name de vogels uit de geslachten Anser en Branta. Vrijwel alle (een vijftiental) komen in Nederland voor.

De vrouwtjesgans wordt 'gans' genoemd, het mannetje ganzerik of gent. Ze hebben hetzelfde verenkleed. Hoewel ganzen forse watervogels zijn, zijn het gespecialeerde grazers. Ze staan hoog op de poten, die voor een goede balans en een groot loopvermogen in het midden geplaatst staan.

Ganzen zijn vanaf hun 3e levensjaar vruchtbaar, en zijn monagaam. Ze trekken veelal in familieverband, ook wel toom genoemd, in lawaaige vluchtformaties. Tijdens de vlucht communiceren de ganzen met elkaar om elkaar aan te sporen en de gewenste V-formatie te stand te houden. daarbij jagen ze de snelheid in vlucht op tot rond vijfenveertig kilometer per uur.

In de rui-periode verliezen de ganzen alle slagpennen in één keer, waardoor ze een week of vier niet kunnen vliegen. Meestal valt de rui-periode samen met de periode dat de jongen op nest zijn. Tamme ganzen worden in die periode twee maal per jaar) geplukt om hun dons. De tamme gans (Anser anser domesticus), kleeft alleen in gevangenschap, en is veelal wit. Ze zijn wat plomper dan wilde ganzen. Vrouwtjhes hebben een gewocht van zo'n 3 kilogram, mannetrjes 4 kilogram. Wordt wel boerengans genoemd. Emden en toulouse gans. Kooigans ? Vlees van een gans heeft het hoogste vetrgehalte van alle voges,. Panklaar gewicht vanaf 1,5 kilogram. Eetbare delen, filet, bout, lever, ganzenvet. Biorstsrtukken (filert) geen vet, maar door de steige structuur vragen ze lange bererdingstrijd. Wilde gans is voor een deel geschoten, voor een deel met kooldioxide (gas) gedood. Het kan dus zijn dat de gans hagel bevat. Zin en onzin over salmonellea en EHEC bacterie. Wild is verkrijgbaar vanaf half juni.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

De gans hoort in het Nederlands landschap, maar was tot halverwege de vorige eeuw nog een vrij zeldzame verschijning in de weiden.

Naast de meer exotische exemplaren op landgoederen en in stadsparken, zoals de nijlgans (Alopochen aegyptiaca), eigenlijk een halfgans. Van nature komen in Nederland zeven soorten ganzen voor. De meest voorkomende zijn de kolgans, de brandgans en de grauwe gans. Minder talrijk zijn de rotgans, de kleine rietgans, en de toendrarietgans. De dwerggans en de taigarietgans zijn relatief zeldzaam.

In Nederland hebben we te maken met overwinterende en overzomerende ganzen. De eerste categorie is beschermd en eet hier vooral gras, wintergraan, maar teisteren ook de aardappel- en suikerbietenvelden. Het beleid is gericht op het voorkomen van met name schade aan gewassen. De tweede categorie daarentegen, vooral bestaande uit grauwe ganzen en brandganzen, broedt hier tegenwoordig ook, en brengt veel schade te weeg.

Om de situatie in de winter beheersbaar te houden, is sedert 2005 landelijk opvangbeleid van kracht. Hiertoe hebben de provincies foerageergebieden aangewezen, waarbinnen beheersregels gelden. De betreffende boerenkunnen aanspraak maken op een aantal vergoedingen, waaronder een vergoeding van daadwerkelijke schade door de ganzen (en smienten).

Hoe geliefd Nederland is als overwinterplaats voor ganzen, blijkt wel uit het feit dat in heel Europa zo'n 4 miljoen ganzen overwinteren, waarvan bijna de helft in Nederland, zo'n 1,5 miljoen ganzen. Niet alle verblijven de hele winter in ons land. In november komen de eerste grauwe ganzen uit Noorwegen, waarvan er vele door reizen naar warmere streken, zoals Spanje. Maar steeds grotere aantallen blijven hier, onder meer in Zeeland.

TAALKUNDIGE ASPECTEN, ETYMOLOGIE

Naam

VERTALING SCHOTSE SNEEUWHOEN

engels
red grouse
frans
lagopède d'écosse
italiaans
pernice bianca scozzese
spaans
urogallo rojo

NUT EN NOODZAAK VAN HET AFSCHIETEN VAN GANZEN

De jacht op wild is al een precair onderwerp, het afschieten van ganzen sowieso. In 1999 is de jacht op ganzen zelfs gesloten geweest. Maar hun explosief toegenomen aantal, en de schade aan gewassen en de natuur hebben het Ministerie doen besluiten de jacht te heropenen.

Tijdens de wintermaanden werden de rotganzen die in ons land overwinterden in grote aantallen afgeschoten. dat gebeurde ook in andere overwinteringsgebieden, zoals Duitsland, Groot-Brittannië. Ook in de broedgebieden werd de rotgans bejaagd. Hun aantal lipe daarop drastisch terug. In de vijftiger jaren werd de jacht op de rotgans om die reden volledig gesloten.

Omdat de jacht daardoor verlegd werd naar andere ganzensoorten kregen ook die in de jaren zeventig beschermde status. daaronder de kolgans, de grauwe gans en de brandgans. Mede hierdoor zijn de ganzenpopulaties vanaf de jaren zestig weer flink toegenomen, in de jaren negentig zelfs explosief. Momenteel doen meer dan een half miljoen ganzen zich tegoed aan het gras op de weilanden en in de uiterwaarden, rietkragen, en hebben hun oog daarnaast vooral gericht op de tarwe. In die mate dat er grote schade wordt toegebracht zowel aan de natuurgebieden, als aan de landbouw.

Daarbij kom nog de consumptie door talrijke smienten bij. Dat zijn eigenlijk eenden, maar deze gedragen zich als kleine ganzen wat fourageren betreft.

Bij ongewijzigd beleid zou de schade door de ganzenpopulatie tientallen miljoenen euro's per jaar gaan bedragen, zowel door hun eetlust als door hun uitwerpselen, waardoor ecoytypes verloren dreigen te gaan, zoals orchideënrijk grasland. Daarom is er vor gekozen de ganzenstand te reguleren door er honderduizenden per jaar af te schieten, met het doel de uiteindelijke populatie van 600.000 tot een vierde terug te brengen.

In 2012 sloten provincies en landbouw- en natuurorganisaties het 'ganzenakkoord' waarin is afgesproken de groeiende ganzenpopulatie te reduceren. De provincies berekenden dat grofweg 500.000 ganzen zullen worden gedood. Dit grote aantal laat zich verklaren door het enorme reproductievermogen van de gans, welke jaarlijks voor wel 60 nakomelingen kan zorgen. Bovendien leeft een gans tot wel 30 jaar!

Even culinair: de oudere ganzen, soms wel 4 kilogram, hebben weinig tot niets op tafel te zoeken, ze zijn taai en de smaak is penetrant. Jongere en vaak ook kleinere exemplaren zijn botermals.

De GANZENSTAM

De ganzenstam, Anserini geheten, omvat twee geslachten, die van de echte ganzen (Anser) en die van de zeeganzen (Branta). Op hun beurt worden de echte ganzen ook wel onderverdeeld in veld- en zeeganzen.

In onderstaand overzicht staan de in ons land meest voorkomende, geconsumeerde ganzen.

COTURNIX COTURNIX

De gewone kwartel is algemeen (ook in ons land) voor komend kwartelras, waarvan drie soorten in Europa voor komen, de C.c. coturnix, de C.c. confisa en de C.c. inopinata.

COTURNIX JAPONICA

Vanwege zijn sterke gelijkenis met de gewone kwartel is de Japanse kwartel lange tijd tot de gewone kwartels gerekend. De Japanse kwartel weegt nauwelijks 100 gram, in contrast met zijn voor de vleesproductie gehouden verwanten, die het drievoudige kunnen wegen.

COTURNIX COROMANDELICA

Het vrouwtje van de Aziatische Regenkwartel is nauwelijks te onderscheiden van het vrouwtje van de Japanse kwartel, maar het mannetje heeft een donkere, zwarte borst. Hij komt vooral voor op het indiaas subcontinent, maar ook oostelijker, tot in Vietnam toe.

COTURNIXA DELEGORGUEI

De Harlekijnkwartel komt van origine voor in de sub-Sahara, naar het zuidoosten in Ethiopië en op het Saoedi-Arabisch schiereiland (Jemen), Zuid-Afriuka en Madagaskar. Zijn leefgebied omvat graslanden en struwelen langs de oevers van rivieren.

COTURNIX PECTORALIS

De Australische Stoppelveldkwartel komt over het hele Australische continent voor, behalve in Tasmanië, en leeft in droge tot zeer droge gebieden.

COTURNIX YPSILOPHORA

De Tasmaanse (bruine) kwartel komt juist wel in Tasmanië voor. Zijn ondersoorten komen over heel Australazië verspreid voor, zoals op Nieuw Guinea, Soemba, Timor en Flores.

BRONNEN IN DIT ARTIKEL

Wilde watervogels (Anseriformes) | Aviornis international Ga voor gans | Wilde gans
Ganzegrasland | Ontwikkeling en beheer, natuurkennis Ganzen op mijn land, lust of last | Faunafonds Besluit foerageergebieden voor overwinterende ganzen en smienten | Provincie Gelderland