Rijstbouw
Over rijstvelden, rijstteelt en het milieu
Rijstbouw
 
SAWAHS BIJ RENDANG, BALI, INDONESIë ©1992 FOTO: OURFOOD.NL
RIJSTVELDEN IN DE DELTA"S VAN DE PO BOVEN: EN DE MEKONG

INLEIDING

Wie aan de teelt van rijst denkt, ziet ogenblikkelijk het idyillische beeld van de Indonesische, vaak Balinese sawah's voor zich. Bedijkte, intensief bevloeide terrassen, sawah's genaamd, in heuvelachtig gebied die met behulp van waterbuffels geploegd worden en waarin het planten en oogsten gebeurt met de voeten in het water.

Toch is dat maar één manier van rijstbouw, hoewel de meest verbreide op het Aziatisch continent. De techniek is als volgt. Nadat de akkers geploegd en bemest zijn, worden ze geëgd, gladgetrokken, zodat alle planten dezelfde groeiomstandigheden krijgen wanneer de akker onder water wordt gezet. De zaailingen worden na 30-50 dagen in een afzonderlijk bassin te zijn voorgetrokken op de akker geplant, die daarna bevloeid wordt. Gedurende de groei van de rijst, die afhankelijk van het soort 6 maanden of korter duurt, wordt de akker nat gehouden, tot de oogst begint.

In veel Aziatische landen is de teelt nog kleinschalig, op kleine boerenbedrijfjes, of zoals in Indonesië op moeilijk begaanbare, vaak ook kleine percelen in terrasbouw. dat bemoeilijkt de mechanisatie, waarvoor de boeren vaak ook niet de middelen hebben.

Heel anders gaat het in de Verenigde Staten en Europa toe, waar de teelt in grote lijnen dezelfde stappen door loopt. Van inzaaien tot oogsten duurt tussen 100 en 160 dagen of meer, afhankelijk van de rijstvariëteit. De meeste variëteiten doen er vanaf zaailing 60-65 dagen over om oogstrijp te worden, waarbij het verschil in duur zit in de eerste, vegetatieve fase, die voor snelgroeinde variëteiten 35-55 bedraagt en voor langzaam groeiende variëteiten 75-95 dagen.

Het grote verschil tussen rijstbouw en de teelt van grassen als gierst of tarwe is de waterbehoefte van de rijstplant. Er worden drie typen onderscheiden naar waterbehoefte, het zogenaamde sawah-type, 'droge' rijst en een tussenvorm die 'aerobic' wordt genoemd. Welke methode wordt gebruikt is onder meer afhankelijk van de beschikbaarheid van water, de kosten van arbeid en de omgevingsfactoren (terreingesteldheid, klimaat).

Om met minder water te kunnen volstaan, zou zowel de praktijk van de kweekbassins aangepast moeten worden als die van de permanent natte rijstvelden. Een mogelijkheid is, de rijst rechtstreeks op de akker te zaaien en deze vervolgens maar matig te bevloeien. Met minder water in die zin dat de plant voldoende water krijgt, en de groei van onkruid als gegeven wordt geaccepteerd. Het vergt voortdurende onkruidbestrijding, maar -zeker wanneer die gemechaniseerd kan worden, per saldo minder arbeid en minstens zo belangrijk minder bestrijdingsmiddelen.

Afhankelijk van de omstandigheden zijn met de verbouw van rijst 25 tot 275 mensdagen per hectare gemoeid. De prikkel voor boeren om efficienter, met minder water, bestrijdingsmiddelen en mest te werken, is in beginsel alleen dan aanwezig waar schaarste is, denk aan de beschikbaarheid van water en electriciteit en mogelijkheden tot schaalvergroting. Voor veel boeren is die prikkel er helaas niet, bijvoorbeeld doordat water niet per kunieke meter wordt afgerekend, maar per keer dat water wordt afgenomen, zoals in india veel gebeurt.

DUURZAAMHEID

Naast het vele water (rijst vraagt wereldwijd 40% van alle irrigatiewater, maar ook 30% van alle beschikbare drinkwater) worden bij de teelt van rijst bestrijdingsmiddelen en kunstmest. De vraag is in hoeverre daarop gekort kan worden, respectievelijk of de teelt zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest kan.

SRI

Met het oog op waterbeheersing, -besparing is in de 80'er jaren het Système de Riziculture Intensive (SRI) ontwikkeld. Dat is een waterbeheersingssysteem dat zich uitstrekt over alle fasen en aspecten van de rijstteelt. Aanvankelijk bedacht om land, arbeid en water beter te benutten in de geïrrigeerde rijstteelt van Madagascar.

Het uitgangspunt van het SRI is bewustwording: niet meer water te geven dan op een bepaald moment nodig, de grond gedurende het seizoen de gelegenheid geven te ademen door de grond te bewerken en tegelijkertijd het onkruid te wieden, het gewas meer zijn werk te laten doen en biologisch te telen. Universele oplossingen die in de praktijk ook elders blijken te werken. met als kanttekening, hoe geavanceerder het irrigatiesysteem, hoe groter de waterbesparing.

Rijstteelt is niet alleen kampioen voor wat betreft het verbruik van water, het vraagt ook veel energie, veel bestemd voor het rond- en oppompen van water. Door minder waterverbruik zal ook het energieverbuik dalen, een mes dat aan twee kanten snijdt.

Echt ingewikkeld wordt het pas wanneer ook de factor arbeid in ogenschouw wordt genomen, niet alleen de totale som van inspanningen, maar ook onderverdeeld naar de rol van man en vrouw. Binnen het hele systeem van de traditionele rijstbouw vervullen mannen en vrouwen traditioneel bepaalde rollen, die door de procesaanpassingen binnen het SRI blijken te verschuiven van de rol van vrouwen in het proces naar die van mannen. In tamil Nandu bijvoorbeeld nam het aantal mensdagen af van 275 naar 253 dagen, maar nam het aantal vrouwdagen boven-proportioneel af met 55.

De implementatie van SRI is nog in volle gang, en er er wordt veel ervaring opgedaan onder verschillende teeltomstandigheden. De waterbesparing blijkt, afhankelijk van die omstandigheden, te variëren tussen circa 10% en 65%. Er is roep naar nieuwe technieken, zoals het met behulp van laser uitvlakken van de akker. Niet iedere rijstvariëteit reageert even goed op de methodes, aerobische rijsttypes scoren over het algemeen het best. En een groot verschil blijft, dat onder de vochtigste, hooglandteelt de inzet van zwaardere precisie-machinerie nu eenmaal niet mogelijk is, en daar menskracht vooralsnog de dominante factor blijft.

Zeer lezenswaardig is de studie van Elizabeth van den Akker, waarop deze korte kenschets is gebaseerd.

METHAAN

In een publicatie in Nature climate change stellen K.J. van Groenigen, Chr. van Kessel en B.A. Hungate dat de aanpak van de rijstteelt om nog een andere reden urgent is, namelijk omdat de rijstpaddies de grootste bron zijn van greenhousegas-methaan (CH4). De rijstvelden 'produceren', althans dat doen de micro-organisen in het water methaan, dat ze omzetten uiit de kooldioxide (CO2) waarop ze leven. Dit methaangas is voor een goed begrip is een nog schadelijker broeikasgas dan CO2.

Naarmate de atmosfeer meer CO2 bevat, concluderen de onderzoekers, zullen de rijstvelden automatisch ook meer methaan produceren. Ze verwachten dat de rijstpaddies in de nabije toekomst twee maal zoveel methaan gaan produceren als nu al het geval is.

Om dat prioces te beteugelen en de methanaproductie zelfs te reduceren zijn verschillende aanpakken tegelijk nodig, waaronder de reductie van de CO2-uitstoot en het terugdringen van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Daarnaast door minder water in de rijstbouw te gebruiken, en andere meststoffen te gebruiken om ook de hoeveelheid micro-organismen terug te brengen.

De CO2 in de atmosfeer wordt via photosynthese omgezet tot koolstof, die zich op dstapelt in de zaden, stengels en de wortels van de plant. Hoe minder daarvan in de bodem en in het water terecht komt, hoe minder er beschikbaar komt voor de methaan-producerende microben.

Maar wat is de meest geschikte rijstvariëteit en/of biedt genetische modificatie hier het antwoord ? Zo dat al het geval zou zijn, zijn bij het laatste veel kritische kanttekeningen te plaatsen, zoals het onbekende effect van GM (genetische modifiucatie) op bodemprocessen, waardoor het zo maar zou kunnen zijn dat de methaanproductie af neemt, maar er grotere hoeveelheden stikstof-kunstmest moeten worden ingezet. Met alle gevolgen voor de kwaliteit van het grondwater. Een domino-effect, aldus dr P. Bodelier van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), expert op het gebied van micro-organismen en microbi¨le gemeenschappen in wetlands.

WISSELTEELT

In Azië neemt door de gestegen welvaart en de verwestersing de vraag naar tarwe toe, en die naar rijst af. Dit is één van de belangrijkste verklaringen voor de dominantie van wisselteelt tussen rijst en tarwe in met name Azië.

Rijst, wordt verbouwd in 11 landen, tarwe in 92, merendeels andere landen, want de teelt verschilt sterk. Rijst is warmte- en waterminnend, tarwe kan onder voor rijst barre omstandigheden verbouwd worden. Rijst is veruit effectiever dan rijst, een kilogramn rijst voedt 5,7 persoon ten opzichte van 4,1 persoon bij tarwe. De calorische opbrengst van rijstteelt (per hectare) is hoger dan die van tarwe (het energieverbruik overigens ook).

De wisselteelt tarwe-rijst is in India de gewoiknste zaak van de wereld geworden. Bijna 10 miljoen hectare wordt als zodanig gecultiveerd, vooral in Punjab, Bihar, Uttar Pradesh en Madhya Pradesh.

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

The rice-wheat cropping system | A. Mahajan,R. D. Gupta Integrated Nutrient Management (INM) in a Sustainable Rice-Wheat Cropping System, Springer Science ISBN 978-1-4020-9874-1

DUURZAAMHEID

Rice cropping systems and resource efficiency | Dr. Elisabeth van den Akker, deutsche gesellschaft fü internationale zusammenarbeit GIZ Increased greenhouse-gas intensity of rice production under future atmospheric conditions | K.J. van Groenigen, Chr. van Kessel en B.A. Hungate, 2013 Nature Climate Change 3, pp 288–291 Climate change-friendly GM rice is long way from making a difference | Juli 2015, GM Watch Expression of barley SUSIBA2 transcription factor yields high-starch low-methane rice | J. Su and others, Nature 523, 602–606 (30 July 2015)