De vijzel
Maal-, wrijfwerktuig
DE VIJZEL
VIJZELTTYPEN NAAR LAND EN REGIO
GRANIETEN VIJZEL

DE VIJZEL

De vijzel is een gereedschap om producten met handkracht te vermalen tot een pasta of poeder. Geen vijzel zonder stamper of klopper, waarmee kracht wordt gezet om het te vermalen product op de bodem of tegen de wanden van de vijzel fijn te wrijven.

Vijzels zijn er in talloze vormen, talloze materialen en talloze formaten, afhankelijk van de regio, de beschikbare materialen, het doel en natuurlijk de productie-omvang. In farmacie bijvoorbeeld, waar heel kleine hoeveelheden dure grondstofen vermalen worden, worden kleine, gladde vijzeltjes gebruikt. Hele grote vijzels worden bijvoorbeeld in Maleisë gebruikt voor het vermalen van vlees en in Japan voor het vermalen van rijst voor mochi.

In Zuidoost-Azië is een vijzel vaak gemaakt van harde steen en heeft een ruw oppervlak. Ook de stamper is van dat materiaal gemaakt. Zulke vijzels hebben het voordeel er harde materialen met een minimum aan inspanning in fijn te kunnen wrijven, maar het nadeel dat ze erg aanhangen, in tegenstelling tot de fijne porceleinen vijzels en de vijzels van marmer of metaal (veelal koper).

Van een buiten-categorie is de Japanse usu, die maar één enkel doel dient, het kneden (slaan) van mochideeg, en die gecompleteerd wordt door twee soms zelfs drie enorme kloppers, kine's geheten. Deze techniek, het slaan van deeg, wordt ook elders gebruikt, onder meer in Afrika, de Philippijnen en de Caraïben voor het maken van deeg van cassave en yam. De stampers die daarbij worden gebruikt hebben, zijn meestal stokken of palen met een verbreed uiteinde.

OORSPRONG EN VERSPREIDING

Het gebruik van vijzels en mortieren en maalstenen is nauw verbonden met de ontwikkeling van vroege boerengemeenschappen in de Levant

Daar zijn vondsten gedaan van maalstenen die dateren uit het Paleoliticum, een periode van 22.000 tot 45.000 jaar geleden. Het gebruik van de eerste vijzels en andere maalgereedschappen hield verband met de producten die men verbouwde en consumeerde, zoals granen, zaden en noten. Zo'n 2.000 voor Christus gebruikte men het gereedschap in Mesopatamië voor het malen van pistachenoten, koolzaden, sesamzaad, kruiden en specerijen, maar ook voor pigmenten. Alle reden om te veronderstellen dat de vijzels e uit die en eerdere tijd multifunctioneel waren.

Megalitische vijzels zijn de minst mobiele vijzels die ooit hebben bestaan. Dergelijke vijzels bestaan uit uithollingen in de stenen ondergrond of in grote keien. Ze zijn gevonden op alle continenten. Ook in ons land zijn in megalieten (hunebedden) kuiltjes aangetroffen die duiden op een gebruik als keukengerei, maar vermoedelijk werden deze alleen voor spirituele doeleinden gebruikt, zoals de Neolitische cup-marked stenen die over de hele wereld worden aangetroffen, in Scandinavië , Schotland, Italië, Spanje (Galicië, diverse landen in Zuid-Amerika en India.

De vroegste Nederlandse vijzels uit die tijd heten 'napjesstenen'. Het is niet duidelijk, waarvoor ze gebruikt werden, ze zijn wat klein om voor het malen van graan gediend te hebben.

ETYMOLOGIE

Het woord vijzel is afgeleid van het Latijnse 'pinsere', wat 'fijnstampen' betekent. Een niet meer gebruikte andere benaming is 'stampvat' . In het keukengebruik wordt de vijzel zelden mortier genoemd, het andere Nederlandse woord voor de vijzel. Mortier is afgeleid van het Latijnse woord voor een vijzel: 'mortarium'.

VERTALING VIJZEL EN STAMPER

engels
mortar and pestle
frans
 
italiaans
mortaio e pestello
spaans
mortero y . .
duits
mörser und stößel
indonesisch
cobek dan ulegan
japans
usu, kine
vietnamees
chày cối
chinees
yan bo, yan chu 研缽, 杵
kantonees
but, cyu
 

BRONVERMELDING UPDATE AUGUSTUS 2016

The origins and development of ground stone assemblages in late Pleistocene Southwest-Asia | K. Wright 1991 Paléorient vol 17, no 1 pp 19-45 Vijzel | Etymologiebank M.Philippa, Etymologisch woordenboek van het Nederlands